​​​​​​​Les 31: Het Vormsel.

Vierde Deel: De Middelen ter Zaligheid.

De Heilige Sacramenten

Les 31: Het Vormsel.

376. Wat is het Vormsel?

Het Vormsel is het Sacrament dat ons de Heilige Geest geeft met zijn genaden en gaven, vooral de sterkte om ons geloof kloekmoedig te belijden.

1° Uitwendig teken:

a) Heilige handelingen: oplegging der handen en zalving met chrisma of balsem door de bisschop of de priester.

b) Heilige woorden: gebed dat de bedienaar zegt onder de handelingen en dat hieraan een bepaalde betekenis geeft.

2° Door Christus ingesteld: waarschijnlijk onder de 40 dagen die verlopen zijn tussen Christus' Verrijzenis en zijn Hemelvaart.

3° Een genade betekenen: versterking der ziel. In de Oudheid bestond het gebruik onder de sportmannen hun ledematen met olie in te strijken om ze lenig en sterk te maken, vaardig tot de strijd. Zo wordt eveneens de jonge dopeling gevormd, gesterkt tot de strijd voor zijn zaligheid, strijd tegen zichzelf, de duivel en de wereld.

4° Die genade ook daadwerkelijk gevend krachtens de Wil van Christus.

377. Waardoor wordt de Heilige Geest ons gegeven in het Vormsel?

De Heilige Geest wordt ons in het Vormsel gegeven door de handoplegging van de Bisschop, door de zalving met het heilig chrisma en door de sacramentele woorden.

Het uitwendig teken door Christus ingesteld en waaraan Hij zijn versterkingsgenaden heeft willen verbinden, omvat:

1° Verwijderde stof: het chrisma, de olijfolie met balsem vermengd en daartoe gewijd door de Bisschop op Witte Donderdag.

2° Naaste stof: de zalving van de vormeling met dit chrisma onder handoplegging van de Bisschop (niet de eerste handoplegging). De bisschop doet de zalving met de rechterduim op het voorhoofd van de vormeling, in de vorm van een kruisje.

3° Vorm: ‘N, ik teken u met het teken van het kruis en sterk u met het chrisma van het heil in de Naam des Vaders en des Zoons en des H. Geestes. Amen.’

378. Wie is de gewone bedienaar van het Vormsel?

De gewone bedienaar van het Vormsel is de Bisschop.

1° Gewone bedienaar: de bisschop.

2° Buitengewone bedienaar: de priester.

a) Apostolische Prefekten[1] in hun eigen rechtsgebied.

b) De pastoors mogen het Vormsel toedienen, binnen de grenzen van hun parochie, aan hen die in stervensgevaar verkeren en bijna zeker zullen sterven: dit volgens een Decreet der Congregatie voor de Sacramenten, daterend van 14 September 1916. De pastoors kunnen die macht niet sub-delegeren, niet overmaken aan een andere priester.

379. Wat is er vereist om het Vormsel waardig te ontvangen?

Om het Vormsel waardig te ontvangen moet men gedoopt zijn, de voornaamste waarheden van het geloof kennen, en in staat van genade zijn.

1° Om het geldig te ontvangen moet men gedoopt zijn en wanneer men het gebruik van zijn verstand heeft moet men ook de mening hebben het Sacrament te ontvangen.

2° Om het geoorloofd te ontvangen:

a) Moet men in staat van genade zijn: het is een Sacrament der levenden.

b) Als men het gebruik van zijn verstand heeft moet men de voornaamste geloofswaarheden kennen alsook de betekenis van het Vormsel.

380. Welke zijn de uitwerkselen van het Vormsel?

Ten 1ste, het Vormsel versterkt ons in het bovennatuurlijk leven en vermeerdert de gaven van de Heilige Geest;
ten 2de, het bezorgt ons dadelijke genaden om ons geloof met woord en daad te belijden en te verdedigen;
ten 3de, het prent in onze ziel een onuitwisbaar merkteken en maakt ons tot strijders van Jezus Christus.

1°   a) Versterkt ons in het bovennatuurlijk leven: het is een sacrament der levenden dat dus de vooraf bestaande heiligmakende genade nog versterkt,

b) Vermeerdert de gaven van de H. Geest. Die gaven ontvingen we reeds in het Doopsel doch die worden nu nog aangesterkt met het oog op de strijd voor het geloof.

De Kerkvergadering van Florentië leert: Het uitwerksel van dit Sacrament (het Vormsel) is, dat daarin de H. Geest gegeven wordt tot kracht, gelijk Hij gegeven werd aan de Apostelen op Pinksterdag, opdat namelijk de christen de naam van Christus belijden.

2° Dadelijke genaden worden ons verzekerd: op tijd en stond, wanneer we ze nodig hebben, zullen ze ons gegeven worden: dit zijn dus de bijzondere, sacramentele genaden.

3° Het onuitwisbaar merkteken: waardoor de christen wordt ingelijfd in de gelederen van de strijdende Kerk; hij wordt nu geroepen om het heilige ook te verdedigen en steeds in het openbaar te belijden.

381. Wanneer hebben we de genade van het Vormsel vooral nodig?

De genade van het Vormsel hebben we vooral nodig, als het geloof, wordt bestreden of vervolgd, als we verplicht zijn ons geloof in het openbaar te belijden, als we tegen het geloof bekoord of er om bespot worden.

1° Als het geloof wordt bestreden of vervolgd: zoals b.v. de gelovigen nu moeten doen in de landen achter het ‘IJzeren gordijn’. Zo eertijds de eerste christenen onder de Romeinse vervolgingen, later onder het opkomend Protestantisme, de Franse Revolutie, de Spaanse Burgeroorlog en zelfs op onze dagen in eigen land.

2° Als we verplicht zijn ons geloof in het openbaar te belijden: b.v. regelmatig de Zondagmis bijwonen al woont men in een onverschillig midden; protesteren bij gemene praat; deelnemen aan openbare eredienst zoals processies, bedevaarten; ijverig meedoen aan lekenapostolaat, aan Katholieke Actie.

3° Als we tegen het geloof bekoord of er om bespot worden: dus alle menselijk opzicht misprijzen en zonder schrik of schaamte ook uitwendig zijn inwendige overtuiging durven tonen: men moet nooit beschaamd zijn voor het goede.

In al die gevallen, ook dan wanneer we zouden te kiezen hebben tussen de marteldood of de trouw aan ons geloof, mogen we ons in volle vertrouwen beroepen op de genade van ons H. Vormsel. Wij zijn levende leden van de H. Kerk, we staan er niet buiten: we moeten dus solidair (ieder voor allen en allen voor ieder) meewerken tot de bloei van die geestelijke, die goddelijke maatschappij waartoe we het geluk hebben te behoren.

 

[1] Apostolische prefect: kerkelijke overheidspersoon die aan het hoofd staat van een missiegebied.