Beauraing: de verschijningen van de Heilige Maagd

Uit het boekje "De verschijningen van de Heilige Maagd te Beauraing", Pro Maria, juli 1959
Imprimatur: Namurci, P. BLAIMONT, vic. gen.

DE PLAATS

Op 120 kilometer van Brussel ligt een klein plaatsje van ongeveer 2.400 inwoners, dat zonder de wonderbare feiten van 1932-1933 door niets de aandacht van de wereld tot zich zou getrokken hebben.

Op een kwartier afstand van het Station op het einde van de Kerkstraat belemmert een grote stenen brug het uitzicht: het is het Spoorwegviaduct der lijn Bertrix-Houyet. Vóór dit viaduct rechts, bevindt zich een tuin vóór een groot gebouw: het pensionaat van de Zusters van het Christelijk Onderwijs. Een ijzeren afsluiting scheidt de tuin van de straat. Tegen 't centraal hek groeit een hagedoornstruik.

In deze tuin verscheen de Heilige Maagd meer dan dertig maal aan vijf kinderen der gemeente, van 29 november 1932 tot 3 januari 1933.

DE GETUIGEN

De kinderen behoren tot twee verscheiden families: de familie VOISIN en de familie DEGEIMBRE. Ten tijde der gebeurtenissen was dhr. Voisin beamte aan het spoorwegstation van Beauraing, terwijl zijn echtgenote een winkeltje hield. Zij hebben drie kinderen: Fernande, geboren in 1917; Gilberte, twee jaar jonger en Albert, geboren in 1921.

Mevrouw Degeimbre is weduwe en bestuurt een boerderijtje. Zij heeft drie dochters: Jeanne, een zeer vroom meisje dat, ondanks haar groot verlangen, echter nooit, zoals haar twee zusters, met een visioen begunstigd werd: Andrée, geboren in 1918 en Gilberte geboren in 1923.

Deze vijf kinderen, in alles gelijk aan de meeste kinderen van hun leeftijd, braver noch vromer dan vele anderen, blij en guitig, gezond naar lichaam en geest, verklaarden eenparig voor de meest verscheiden en strenge onderzoekers (op een avond telde het “verhoor” tot negentig geneesheren) dat een Dame, de Heilige Maagd, hun was verschenen en tot hen had gesproken.

HET VISIOEN

De eerste dag openbaarde zich het visioen tamelijk ver van de kinderen. Het ging heen en weer boven de tuin of het, aan de tuin grenzend spoorwegviaduct. De volgende dag onderscheidden de kinderen een zeer schone Dame die hen scheen op te wachten op de paden van het tuintje. Daarna vestigt de verschijning zich voor de volgende audiënties onder de gebogen takken van de Meidoornstruik nabij het hek.

De eerste dagen kwam de Dame reeds vóór de kinderen aanwezig waren, vervolgens verschijnt Zij slechts gedurende het Rozenkransgebed, dat de kinderen, gewoon waren te bidden bij hun aankomst op de plaats van de Verschijningen. Van het ogenblik af dat de kleinen in tegenwoordigheid komen van hun Visioen worden zij samen en buiten hun wil op de knieën neergesmakt. De toonhoogte van hun gebed stijgt en smelt samen tot één geluid hetgeen een diepe indruk maakt. In het begin waren er enkele toeschouwers maar hun getal zal geleidelijk toenemen en de dertig duizend bereiken.

Het is opvallend, dat de Verschijning vroeg dat men ’s avonds zou komen bidden; zo kon een grote menigte na de dagtaak zoniet getuige zijn van de Verschijning, dan toch van de extase waarin ze deze kinderen deed opgaan.

BESCHRIJVING VAN DE VERSCHIJNING

Stralend van licht, het hoofd met lichtstralen gekroond: moederlijk en toch majestueus zo verschijnt de Dame aan de kleinen. Zij is zó mooi dat het jongste van de begenadigde kinderen (negen en een half jaar oud) weent van aandoening en er 's nachts van droomt.

Het is een jonge dame met waardig gelaat. Zij ziet er uit als iemand van 18 of 20 jaar. Een glimlach speelt om haar mond. Zij draagt een lang wit gewaad zonder ceintuur waarover een azuurblauwe lichtschijn loopt. Deze lichtschijn doorstraalt schuin de hele verschijning van boven naar onder.

Gewoonlijk houdt zij de handen gevouwen en de ogen hemelwaarts gericht en komt voor als een levend beeld van het gebed. Aan haar arm hangt een rozenkrans. Wanneer zij zich tot de kinderen richt ontwaren dezen haar blauwe ogen. Telkens als zij wil vertrekken opent Zij de armen bij wijze van groet. Op dat ogenblik ziet men de rozenkrans niet meer, die blijkbaar naar de elleboog gegleden is. Tijdens de laatste verschijningen (vanaf 29 December) tekent zich op de borst, tussen de tot groet geopende armen, een in lichtstralen gevat hart. Dit gouden hart, dit vlekkeloos hart, is het Onbevlekt Hart van de Moeder van God. Daarom werd de viering van het Feest van Onze Lieve Vrouw van Beauraing gesteld op 22 augustus van elk jaar, dag waarop de gehele Kerk het Onbevlekt Hart van Maria viert1.

HAAR WOORDEN

Na een lang stilzwijgen begon de Dame tot de kinderen te spreken. Zij vroeg hen “altijd braaf te zijn”.

Na meerdere dagen zei Zij tot de kinderen dat Zij “een Kapel” verlangde; Zij voegde er aan toe dat Zij gekomen was “opdat men hier ter bedevaart zou komen”.

Op 21 december zal zij verklaren “Ik ben de Onbevlekte Maagd”. Op 29 december hoorde Fernande de Heilige Maagd haar aanbevelen: “Bid, bid veel”. Haar zus Gilberte zal op haar beurt op 1 januari vernemen “Bid altijd”.

Eindelijk op 2 januari kondigde de Heilige Maagd aan: “Morgen, zal ik aan ieder van u iets bijzonders zeggen”.

3 Januari, de dag van 't afscheid, blijft gekenmerkt door de belangrijkheid der mededelingen.

De Madonna deelt aan de drie jongsten een geheim mee waar nimmer iets van onthuld werd. De dame zegde bovendien aan Andrée : “Ik ben de Moeder van God, de Koningin van de Hemel. Bid altijd”. Aan Gilberte Voisin vertrouwde de Heilige Maagd de grote belofte die de rijkdom van Beauraing's Mariale Boodschap blijft : “Ik zal de zondaars bekeren”.

De allerlaatste woorden kreeg de oudste als kostbaar pand toevertrouwd :

“Bemint gij mijn Zoon ? Bemint gij Mij ? Offer u dan voor mij op!”

HOE DE VERKLARINGEN  DER ZIENERS BEJEGEND WERDEN

Zoals te Lourdes en te Fatima werden de beweringen der kinderen aanvankelijk op ongeloof en spotternij onthaald. Hun ouders werden boos wegens de halsstarrige bewering der kinderen. De zusters van het klooster verboden hun de kloostertuin te betreden en de Z. E. Heer Deken, pastoor der parochie, ontmoedigde hen naar goed vermogen. De geestelijke overheid vaardigde zelfs een verbod uit waarbij het de geestelijken verboden werd zich bij het volk te voegen dat zich dagelijks in steeds groter getale rond de Hagedoorn verdrong.

In 1935, werd er een ‘commissie van onderzoek’ samengesteld. Deze bestond voornamelijk uit geneesheren waarvan de ene helft vijandig en de andere welwillend stond tegenover het feit der Verschijningen.

De standvastigheid der kinderen in hun beweringen, en dit ondanks een echte vervolging; hun eenvoud niettegenstaande het ‘prestige’ waarmee zij plots in het oog der gelovigen omkleed werden; hun volkomen onbaatzuchtigheid, ondanks zeer aanlokkelijke aanbiedingen van de kant van edelmoedige gevers, en machtige filmmaatschappijen, de gelijkluidendheid van hun beweringen, dit alles met 't verschil in kleine bijkomstigheden die nog meer de zuiverheid van hun bedoelingen laat uitkomen; de schoonheid van de Boodschap die zij overbrengen, 't wonderbare karakter der genezingen, talrijke bekeringen waarin zich duidelijk het wonder der genade openbaart; dat alles zal ten slotte het scepticisme van de eerste dagen omvormen in een steeds groeiend geloof aan het Visioen van de kinderen. Het duidelijkste bewijs van dit steeds groeiend geloof vinden wij in het stijgend aantal bedevaarten die vanaf 1933 tot aan de oorlog en zelfs onder de oorlog naar Beauraing trekken. Het eerste jaar telde men reeds twee miljoen pelgrims. In dat eerste jaar reikte men op een bepaalde dag 25.000 Communies uit.

De Katholieke Kerk is voorzichtig en gaat langzaam te werk bij het erkennen van wonderen; de volksdevotie heeft minder geduld en talrijke ex-votos sieren al de muren van de tuin van de Verschijningen. Zij verkonden reeds de glorie en de grootheid van de Heilige Maagd want van alle streken van de wereld komen blijken van erkentelijkheid toe; niet alleen uit België maar ook uit Nederland, Luxemburg, Italië, Duitsland, Engeland, Ierland, Zwitserland, en zelfs uit Afrika, Amerika.

DE HOUDING VAN DE KERK

Na jaren wachten, onzekerheid, nadenken; na herhaalde nauwkeurige door bekwame en gewetensvolle theologen verrichte studies, na talloze aan de Hagedoorn gestorte gebeden (voornamelijk het dagelijks avondrozenhoedje dat onverpoosd elke avond zelfs te midden van het oorlogsgevaar werd gebeden door de zieners), na talrijke, tijdelijke en geestelijke gunsten aan de voorspraak van Onze Lieve Vrouw van Beauraing toegeschreven, na op 7 december, van Rome, het door Z. H. Paus Pius XII goedgekeurd decreet te hebben ontvangen, dat hem de toestemming verleent tot de kerkrechtelijke erkenning over te gaan, handelend als Ordinarius der plaats waar de feiten zich voordeden, heeft de Bisschop van Namen, Z. Hoogw. Excellentie Mgr. Charue op 2 Februari 1943 officieel de eredienst erkend tot Haar die hij ons voortaan machtigt Onze Lieve Vrouw van Beauraing te noemen.

Op 16 Mei van hetzelfde jaar huldigde Mgr Charue plechtig, te midden van een voor dien tijd buitengewone volkstoeloop (er waren ongeveer twintig duizend pelgrims aanwezig) en gepaard met onvergetelijke ceremonies de eredienst in, te Beauraing, dat hij als “mariale hoofdstad” van zijn diocees betitelde.

Sindsdien verdringen zich jaarlijks steeds meer pelgrims rond de Hagedoorn waar op 22 Augustus 1946 een groot beeld geplaatst werd. Datzelfde jaar werd met het oog op grotere plechtigheden, een uitgestrekt terrein aangekocht. De eerste steen van de Kapel, het kostbaar “Herdenkingsmonument van de Verschijningen”, werd op 22 augustus 1947 plechtig gelegd in aanwezigheid van 30.000 pelgrims.

Enkele weken te voren, op 18 juli 1947, had de Heilige Vader, bij een particuliere audiëntie van Mgr. de bisschop van Namen, deze laatste de toelating verleend mede te delen, dat hij het Heiligdom en de ondernemingen van de bedevaartplaats van ganser harte zegende.

Deze zegen bleek vruchtbaar te zijn. De bedevaarten groeiden aan niet alleen te Beauraing zelf, maar hun uitstraling drong door tot ver over de grenzen. Beelden van de H. Maagd met 't Gouden Hart werden niet alleen in België geplaatst maar eveneens in Nederland, Belgisch Congo, Italië, Canada, U.S.A., Indië, Formosa.

WONDEREN

Eindelijk sloeg op 2 juli 1949 het zo lang verwachte uur voor de vrienden van Beauraing. Twee definitieve decreten werden op die dag ondertekend: een bisschoppelijk besluit erkende twee authentieke wonderen, tussen de talrijke sinds 1933 aan O.L.Vrouw van Beauraing toegeschreven gunsten. Het zijn deze van Mej. Van Laer, uit Turnhout, en van Mevr. Acar, uit Sint Niklaas (Waas), beiden miraculeus genezen, de eerste op 24 juni, de tweede op 30 juli 1933 - dus in de periode die onmiddellijk op de feiten volgde.·

In een tweede document, een brief aan de geestelijkheid van zijn diocees, bevestigt de Bisschop van Namen zijn persoonlijke overtuiging betreffende de werkelijkheid der Verschijningen van de Heilige Maagd aan de kinderen van Beauraing, gedurende de winterperiode 1932-33.

TEHUIS VOOR ZIEKE PELGRIMS

Gewone bedevaarten uit buiten- en binnenland houden eraan zieken mee te brengen om hun genezing af te smeken. Zieken zijn 'n zegen voor zulke bedetochten. Voor hen werd 't pensionaat, in de Tuin van de Verschijningen gelegen, tot een modern Accueil of Ziekentehuis ingericht. Triduums worden er voor de zieken gepreekt op aanvraag.

DE LES VAN BEAURAING

De wonderbare feiten van Beauraing vergen van ons allen een groter geloof in de bovennatuurlijke werkelijkheden.

In onze tijden van materiele vooruitgang denken sommigen wel eens dat de techniek het godsdienstige verdrongen heeft, en dat het geloof in een bovennatuurlijke onzichtbare wereld slechts goed was voor eeuwen van wetenschaploos obscurantisme.

De Mariale Verschijningen geven sinds een eeuw een afdoend antwoord op deze bewering.

Wij stellen er steeds hetzelfde vast: God stuurde Zijn Moeder om de mensen te beletten nog langer dwaalwegen te bewandelen, en hen te leiden naar “de Weg die tot het Leven voert”.

Beauraing's Boodschap is tevens een Samenvatting der gehele Marialeer.

Hoe uitzonderlijk de verschijningen van Christus of Maria ook mogen wezen, na de tijd der eigenlijke openbaring, nooit dragen zij een nieuw element bij de geloofschat aan. Dikwijls bestaat hun rol hierin: dit of dat verwaarloosd punt van ons geloof in een nieuw daglicht te plaatsen.

Zo openbaarde Maria in Beauraing niets nieuws. Zij herhaalt het essentiele van·de Evangelische leer. Indien allen die aanspraak maken op de naam van Christen het Evangelie daadwerkelijk beleven, het toepassen in hun individueel leven zowel als in het maatschappelijk leven dan zal de samenleving gezond worden. Het grote heelmiddel is de terugkeer tot Christus en een rechtzinnige bekering. Terugvoeren tot Christus, dat is 't doel. Daarom vraagt de Heilige Maagd te Beauraing dat men zou bidden, bedevaarten houden en een kapel bouwen waar Zij de mensen naar de Verlosser in het Tabernakel - centrum en rijkdom van elk heiligdom - zou kunnen leiden. (Mgr. Charue, 2 Febr. 1943).

Het is voldoende de woorden van Beauraing's Verschijningen te beluisteren om een samenvatting van heel de Rooms Katholieke Marialeer te bezitten.

Er bestaat, zegt Sint-Paulus, “maar één Verlosser: de God­-Mens, Jezus Christus” (1 Tim. II, 5). Hij alleen is de onontbeerlijke Verlosser. (Hand. Ap. 4, 12). Maar het heeft Hem behaagd zich een Moeder te geven om werkelijk een mens te zijn. (Luc, 1, 31-35).

Met het oog op haar uitzonderlijke rol, die haar zó dicht bij God bracht, werd Maria's ziel voor de erfsmet behoed :·“Ik ben de Onbevlekte Maagd”, zegde de Dame van Beauraing. Dit voorrecht dankt zij echter aan haar waardigheid van Moeder van God : “Ik ben de Moeder van God”.

Van de Boodschap van de Engel af tot op Calvarië heeft deze Moeder steeds nauw en bewust met het Verlossingswerk van haar Zoon meegewerkt. Op het ogenblik van het grote Offer stemde zij geheel vrijwillig toe in de opoffering van haar Zoon.

Dankbaar voor deze algehele medewerking van zijn Moeder, wilde Christus haar zonder uitstel deelachtig maken aan zijn triomf over de dood en aan zijn regeren in den hemel - Zij  herinnerde ons dit te Beauraing – “Ik ben de Koningin van de Hemel”.

Dit koningschap is niet alleen een eervolle onderscheiding: Christus deelt zijn gezag met Haar die hierbeneden in zijn lijden ook deelachtig was aan zijn zoendood. Christus blijft de enige bron van genaden, maar toch wilde Jezus dat al de ons toebedeelde genaden ons door de handen van Maria zouden toekomen. Te Beauraing verklaart de Maagd en Middelares dat zelfs de voornaamste genade voor ons die van de bekering van ons hart, haar is toevertrouwd. “Ik zal de zondaars bekeren”, zeide Zij.

Zo is dus Maria's bijzondere uitverkiezing, haar Moederschap, haar glorie en haar universele en ononderbroken bemiddeling voor ons, in het kart samengevat in de Boodschap van Beauraing. Hierbij sluit zich dan de openbaring van haar Onbevlekt Hart nog als een welsprekende bekroning aan.

Eindelijk herinnert Beauraing's Boodschap de zielen aan de noodzakelijkheid van een grotere getrouwheid aan hun godsdienstige verplichtingen.

“Bemint gij mijn Zoon ? Bemint gij Mij?” vroeg de Madonna van Beauraing.

De liefde waar zij om verzoekt uit zich in gebed en offerende liefde: “Bid veel... Bid altijd. Offer u op voor mij”.

Wij moeten dus getrouw zijn aan ons dagelijks gebed en niet enkel bidden in tijden van angst, gevaar, ziekten en tegenspoed.

God is onze Meester en Vader ten alle tijde: dus moet ons gebed Hem onze aanbidding en liefde vertolken zonder ophouden.

Wij moeten Gods wil volbrengen. Deze staat uitgedrukt in Gods “tien geboden”, in de geboden van de H. Kerk en in de vervulling van de plichten van onze staat.

Van het kerkelijk gezag zei Christus:  “Wie U hoort, hoort mij; wie u misprijst, misprijst mij”. (Luc, X, 16).

Vele bedienen zich van God en Maria; weinigen dienen hen met een onbaatzuchtige en rechtzinnige vroomheid.

NOODZAKELIJKHEID VAN HET OFFER

Zoals de lichamelijke gezondheid verwoest wordt door overdaad, zo verwordt de zedelijke gezondheid van de samenleving door de ongebreidelde genotzucht, de onkuisheid en de ergernis van de zedeloze mode. De smetteloze gestalte van Beauraing's Verschijning en haar oproep tot boete, prediken hier een strenge maar gezonde levensregel: “Offer u op voor mij”.

HET NUT DER BEDEVAARTEN

De Heilige Maagd vroeg zelf “dat men hier ter bedevaart zou komen”. Deze gebedstochten kunnen een zuivere uitdrukking worden van geloof en liefde tot de Heilige Maagd. We signaleren in 't voorbijgaan de bedevaart die ieder 2de en 3de zondag van de maand de weg te voet aflegt tussen Dinant en Beauraing, 20 km.

BESLUIT

De grote les van Beauraing is er een van onbegrensd vertrouwen in Maria. Haar moederlijke liefde toont Zij nog dagelijks op de plaatsen die zij door haar tegenwoordigheid heiligde. Talloos zijn de genezingen, gebedsverhoringen en bekeringen welke bekomen werden na de aanroeping van Onze Lieve Vrouw van Beauraing of na een bedevaart naar dit genadeoord. Moge dit vertrouwen in Maria's bemiddeling voor de lezer van dit vlugschrift een aansporing worden tot een vuriger verering van O.L.-Vrouw van Beauraing !

 

Gebed tot Onze Lieve Vrouw van Beauraing

Onze Lieve Vrouw van Beauraing, Onbevlekte Maagd, steeds zegevierend in de strijd voor God, bekeer de zondaars: Gij hebt het ons beloofd.

Laat hun de onbegrensde macht van Uw Onbevlekt Hart toekomen; voer de zielen die buiten Gods genade wandelen en dreigen voor immer verloren te gaan, terug in de vriendschap van God.

Moeder met het Gouden Hart, zie neer op onze ellende en troost ons in onze smarten. Toon dat Gij de Gezondheid der zieken en de Troosteres der bedrukten zijt.

Koningin des hemels met het glanzend diadeem, ons geloof, onze liefde en onze dankbaarheid roepen U uit tot Koningin over onze harten en Vorstin over de wereld.

Wij willen helpen om Uw rijk uit te breiden: in ons zelf, door onze offervaardigheid en door een getrouwer beoefenen van Uw deugden; in onze, omgeving, door meer gebeden en ons apostolaat.

Uw rijk moge komen, o Koningin der wereld, opdat het rijk van Jezus, Uw Zoon en onze Heer, zich moge vestigen. Amen.

  • 1. De votieve Mis van 't Onbevlekt Hart van Maria werd aan het Heiligdom van Beauraing toegestaan vanaf 1948.