Eukaristische Kruistocht

De Eucharistische opvoeding van de jeugd

E.H. Matthias De Clercq

 

“Zo gij Mijn Vlees niet eet en Mijn Bloed niet drinkt, dan hebt gij het leven niet in u. Wie Mijn Vlees eet en Mijn Bloed drinkt, zal verrijzen op de jongste dag. Hij blijft in Mij en Ik in Hem.” (vgl. Joh. 6)

Enerzijds zijn dit bemoedigende woorden van O.L.H., anderzijds bezorgen zij ons, ouders en priesters, verantwoordelijken voor de jeugd, ook zorgen. Onze Heer koppelt het bovennatuurlijke leven, de lichamelijke verrijzenis en de omgang met de God aan de H. Communie. Als vanzelfsprekend willen wij onze kinderen aan deze heerlijkheden laten deelnemen. De vraag is echter: hoe? Hoe kunnen wij hen een eucharistisch leven laten leiden? Enerzijds: als we hen niet stimuleren, komt er vaak niets van terecht. Anderzijds: als we hen

te veel dwingen, dreigt het gevaar dat dit door hen nooit verinnerlijkt wordt en beschouwd wordt als iets extern, opgelegd door opvoeders. Ja, misschien vinden ze er nooit welgevallen in en bevrijden

ze zich ervan zodra zij enige zelfstandigheid verwerven. Op het vraagstuk: hoe kunnen we een band tussen de kinderen en de eucharistische Jezus smeden, heeft Paus Pius X en Priester Poppe een oplossing, namelijk de communiebeweging van de Eucharistische Kruistocht.

Het startsignaal voor de Eucharistische Kruistocht ligt in het Decreet Quam Singulari van Pius X uit 1910 over de vroege Kindercommunie.

Zodra het kind zelfstandig begint te denken, tracht de duivel het kind door de zonde tot zich te trekken. Paus Pius X dacht bij zichzelf: “Als Gods

tegenstander reeds de kinderzielen belaagt, waarom onthouden wij hun de H. Communie? De H. Hostie is het tegengif voor de zonde. Zij geeft kracht om het goede te doen en het kwade te mijden.”

Om de kinderen echter vruchtbaar te laten communiceren, moeten ze begeleid worden. Hier komt de Eucharistische Kruistocht van pas.

De E.K. leert vooreerst aan de kinderen dat zij schepselen Gods zijn en leven om God te dienen. Christus is onze koning, wij zijn soldaten ter uitbreiding van zijn Rijk. Belangrijk is dat zij God als de goede God leren kennen. God maakte voor ons de schepping en is mens geworden om ons door zijn dood te verlossen. Hij deed dit alles uit liefde. Liefde die nog steeds bestaat, want Jezus wil Zich met ons verenigen in de H. Communie. Hij is niet ver! Jezus leeft midden onder ons, in het tabernakel van de kerk. Dit alles leren de kinderen in de communiegebeden van Priester Poppe in zijn boekje Bij de Kindervriend. De kinderen leren dat Jezus hun beste Vriend is, trachten zich in

deugdzaamheid aan Hem te spiegelen en een kleine Christus te zijn.

Om de kinderen passend bij hun leeftijd te doen groeien in liefde tot Jezus, kent de E.K. een systeem van progressie door middel van diverse rangen,

nl.: schildknapen (6 jaar), kruistochters (8-9 jaar) en kruisridders (12 jaar). Bij het streven naar een hogere rang verklaart het kind bereid te zijn om meer inzet te tonen tegenover de H. Hostie. Terwijl de kruistochter zich verplicht iedere zondag te communiceren, tracht de kruisridder bijkomend elke dag een geestelijke communie te verrichten om zo, ook al is hij thuis, toch met Jezus verenigd te zijn. Hun band wordt inniger. De honger naar

de H. Communie groeit en zal met meer vrucht ontvangen worden.

De liefde van de eucharistische Jezus, moet beantwoord worden met wederliefde. Liefde toont zich in bereidwilligheid tot offers. De kinderen brengen vrijwillige offertjes uit liefde tot Jezus.

Hierdoor beoefenen zij de zelfoverwinning die zij als jongvolwassenen zullen nodig hebben. Het brengen van offertjes maakt hen sterker en leert hun de vereniging met God hoger in te schatten dan de wereldse goederen.

Bovendien beseffen de kinderen dat Jezus Zich bekommert om de redding van de zielen en dat ook zij door hun apostolaat hieraan kunnen meewerken. Zij doen dit door de schatkist van

O.L.H. te vullen met hun communies, gebeden en goede voorbeelden: genaden die God aan andere zielen zal uitdelen. Maandelijks geeft de overste van de FSSPX ook een intentie. Deze intentie geeft aan waartoe de kinderen al hun ‘gebeden, goede werken en het lijden van de dag’ zullen opdragen. Als volwassenen denken wij soms als het dagelijkse kruis op onze schouders drukt:

“Waarom doe ik dit allemaal?” Wel, een E.K.’er leert reeds de tegenslagen op te offeren voor een nobel katholiek doel. Het kind drukt deze intentie uit in de dagelijkse opdracht bij het morgengebed.

Om deze Eucharistische Methode, zoals Priester Poppe ze noemde, succesvol te laten zijn, moet het kind continu gestimuleerd worden door de priester, zijn ouders en andere kinderen. Ze moeten in een ‘flow’ gebracht worden. Vaak staan onze kinderen alleen in het geloof tegenover andere kinderen. Een gevlochten koord is echter steeds sterker! Daarom organiseert de Priesterbroederschap jeugdkampen, zodat de kinderen ervaren dat er een geheel leger van kruistochters bestaat.

Tijdens het kamp krijgt het kind een beeld van hoe een katholieke dag eruit ziet om dit nadien ook verder te zetten: zowel aandacht voor het tijdelijke als voor het geestelijke. Daarom is een E.K.-kamp uniek: buiten spelen, in contact komen met Gods natuur, maar ook het zielenleven stimuleren.

Vooreerst is er de H. Mis met predicatie over een heilige, zodat de kinderen werkelijke voorbeelden voorgeschoteld krijgen; bij de H. Communie krijgen ze gedachten aangereikt om nadien zelf met OLH te spreken; bij het Rozenhoedje leren ze Jezus’ leven te overwegen en op hun eigen leven toe te passen; tijdens de catechismusles wordt hun verstand verlicht en hun wil ontvlamd. De kinderen leven in groep, dus ook de sociale deugden komen aan bod. De kinderen volgen dus ongemerkt een geestelijke retraite.

Priester Poppe had een groot ideaal voor ogen! Een band tussen Jezus en de kinderen te smeden door te leven voor en in de H. Hostie. Hierdoor zullen zij aan de hemelse goederen deelachtig worden. Denken we maar aan onze Herman Wijns! Onthouden we de kinderen deze vorming niet en melden wij hen aan als lid van de Eucharistische Kruistocht!