Hostie met de Hostie - 4de hoofdstuk

'Hostie met de Hostie' is een boek geschreven door B. Vanmaele, O. Praem. in 1928 om de E.K.-ers en ijveraars van de H. Eucharistie aan te moedigen.

Vierde hoodstuk - Het aanwezig-stellen van Jezus' Kruisoffer in de H. Mis

1. - Een vraag.

Als nu Jezus de enige middelaar is tussen God en de mensen, als Jezus’ Kruisoffer het enig offer is door God aanvaard, dan rijst de vraag: op welke wijze zal God alle geslachten aan die onmetelijke zee van volmaakte eredienst en van genaden deelachtig maken? m.a.w. Hoe zal Jezus de aanbiddingen en dankzeggingen van ‘t Calvarie-offer aan zijn Vader, voor de mensen van alle tijden, wiens plaatsvervanger Hij is, weten aan te bieden? Hoe zal Hij hun zijn uitboetingen meedelen? Hoe hun de goederen, door de kruisdood verdiend, verlenen?

God zal door een nieuw wonder van zijn almacht en goedheid het Kruisoffer van zijn Zoon vereeuwigen, Hij zal het van alle tijdsverloop als het ware onafhankelijk maken. Eeuwen zullen vervliegen, geslachten zullen elkaar opvolgen, het Kruisoffer zal altijd blijven. Als algemene middelaar van alle mensen en in hun naam, zal Jezus God voortdurend vereren en genaden en zegeningen over de zielen doen neerdalen.

Jezus zal nog meer doen. Hij zal de geslachten in zijn eredienst opnemen en hun toelaten zich met Hem te verenigen, zodat allen, die in Hem geloven en Hem als middelaar erkennen, mede-offeraars en mede-offerande worden in zijn Offer, om “door Hem, en met Hem, en in Hem, aan God alle eer en glorie” te kunnen schenken.

Deze wonderbare voortzetting en in zekere zin, voltrekking van Jezus’ Kruisoffer, deze mededeling van Jezus’ offerschatten, zal gebeuren in en door het heilig sacrificie van de Mis, in en door de volledigste deelname aan dit sacrificie, door de H. Communie.

In dit en volgende hoofdstukken willen we dan ook aantonen:

1° hoe de H. Mis één offer uitmaakt met dit van Calvarie;

2° hoe de H. Mis het verenigde offer is van Jezus en van zijn Kerk;

3° hoe de H. Mis de mededeling is van de gunsten en genaden op het kruis verdiend;

4° hoe de H. Communie de innigste en daarom de heilzaamste deelname is aan de H. Mis;

5° hoe alle gelovigen voortdurend mede-offeraar en mede-offerande kunnen zijn met Jezus, zichzelf zonder onderbreking offerend op het altaar, enz.

Doch vooraleer het “mysterie van ons geloof” van dichtbij te beschouwen, zal het niet zonder nut zijn, de onfeilbare leer van de H. Kerk aangaande het heilig sacrificie van de Mis te leren kennen.

2. - Het heilig concilie van Trente over de H. Mis.

“Jezus Christus, onze God en Heer, zou zich een enkele maal op het altaar van het kruis, door het offer van zijn dood, aan God zijn Vader opdragen, om aldaar een eeuwige verlossing te bewerken. Door zijn dood echter werd aan zijn priesterschap geen einde gesteld. Want zie, in het Laatste Avondmaal, de nacht dat Hij werd overgeleverd, liet Hij aan zijn teergeliefde bruid de H. Kerk, een zichtbaar sacrificie na, zoals het de menselijke natuur vereist. Door dit sacrificie wordt het bloedig offer, dat op het kruis eenmaal moest voltrokken worden, afgebeeld. De gedachtenis ervan blijft er door tot op het einde der eeuwen bewaard, en zijn heilzame genadekracht wordt aangewend tot kwijtschelding van de zonden, die we dagelijks bedrijven. Jezus verklaarde zich in eeuwigheid tot priester aangesteld, volgens de orde van Melchisedech, en droeg zijn Lichaam en Bloed onder de gedaan van brood en wijn aan God zijn Vader op. ‘t Was onder dezelfde gedaanten, dat Hij ze als voedsel schonk aan de apostelen, die Hij alsdan tot priesters van de nieuwe wet aanstelde, en dat Hij hun, alsook aan hun opvolgers in het priesterschap oplegde, ditzelfde Offer op te dragen, met deze woorden: “Doet dit tot mijn gedachtenis,” zoals het de Katholieke Kerk altijd verstaan en geleerd heeft… En dat is nu dit zuiver Offer, dat noch door de onwaardigheid noch door de boosheid van enig offeraar kan bezoedeld worden: waarvan de Heer bij monde van de profeet Malachias voorspeld heeft, dat die reine offergave op alle plaatsen aan zijn naam, die groot zou wezen onder de volkeren, moest worden aangeboden… Dat is het Offer, dat voorafgebeeld werd door de zinnebeeldige offers van de aartsvaders en van de oude wet, waarvan dit offer al de goederen, door deze beduid, bevat, als zijnde hun aller voltrekking en voltooiing. En omdat in dit goddelijk sacrificie dezelfde Christus aanwezig is en op onbloedige wijze geofferd wordt, die op het altaar van het kruis zichzelf eenmaal op bloedige wijze heeft opgedragen, daarom leert de heilige kerkvergadering dat dit sacrificie waarlijk een zoenoffer is…

“Door het opdragen van dit Offer bevredigd, verleent God de genade van de boetvaardigheid en vergeeft ook de grootste misdrijven en zonden, want hier is de Hostie één en dezelfde, en is degene, die offert door de bediening van de priesters, dezelfde, die zich weleer op het kruis heeft opgedragen: alleen de wijze van offeren is verschillend.”

“Ook wordt men door dit sacrificie aan de vruchten van het bloedig Offer van het kruis overvloedig deelachtig: waardoor het blijkt, dat het kruisoffer door het Misoffer op generlei wijze wordt gekleineerd. Daarom ook wordt naar de overlevering van de apostelen dit offer met reden opgedragen niet alleen voor de zonden, de straffen, de voldoeningen en andere noodwendigheden van de levenden, maar ook voor de afgestorvenen in Christus, die nog niet ten volle gezuiverd zijn.” (Sess. XXII, 1 en 2.)

3. - De H. Mis maakt één offer uit met het kruisoffer.

Welk Christen heeft in zijn hart nooit voelen opkomen een verlangen als dit: o, was het mij maar gegeven geweest, aanwezig te zijn geweest op Calvarie! Was het mij maar gegeven geweest, mijn Zaligmaker lijdend en stervend te hebben zien hangen aan het kruis! Hoe welgemeend zou ik Hem mijn liefde en dankbaarheid betuigd hebben! … Hoe innig zou ik mijn ziel hebben laten zuiveren in zijn goddelijk bloed! … En hoe zou de herinnering aan die dag en aan dat plechtig uur mij gans mijn leven bijblijven! Welke aanmoediging voor mij, om Jezus steeds trouwer te dienen, om mijzelf voortdurend te verloochenen, ja, om een heilige te worden! …

Helaas! Hoevelen, die zo spreken, denken er aan, dat wij Jezus’ Moeder, dat wij Joannes en de heilige vrouwen, niets te benijden hebben, en dat hun verlangen om aanwezig te zijn bij Jezus’ kruisdood geen ijdel droombeeld is, maar tot een blijde werkelijkheid is geworden in de H. Mis! En hoe komt het, dat zo weinig christenen van die werkelijkheid waarlijk leven? 

‘t Is niet altijd de goede wil die ontbreekt, o neen! ‘t Is meestal gebrek aan voldoende kennis en waardering van het eucharistisch sacrificie. Of zouden de wondere schoonheden ervan niet toegankelijk zijn voor de gewone gelovigen? Wij kunnen ons dit moeilijk voorstellen.

Wat ons vooral de verheven waardigheid van de H. Mis moet doen inzien, het is de grondwaarheid: dat de H. Mis één en hetzelfde offer is met dit van het kruis.

Mochten we dit levendig beseffen, hoe zou onze achting voor de H. Mis stijgen, hoe zou de H. Mis een betekenis krijgen in ons leven? Dit geloofspunt werd ons vanaf onze kinderjaren voorgehouden. Maar hebben we het ooit goed begrepen? Hebben we er ooit in geest van geloof over nagedacht? Vooral hebben we er rekening van gehouden in de praktijk van ‘t christelijk leven?

Helaas! We laten ons zo gemakkelijk beïnvloeden door de zintuigen. En er bestaat voor ons gevoelsleven zulk hemelsbreed verschil tussen de wrede gebeurtenis van Calvarië en het kalm verloop, ik zou bijna zeggen: de alledaagsheid van een H. Mis in de parochiekerk.

O zeker, er staat een kruisbeeld[1] op het altaar, om ons geloof te verlevendigen en om ons onder het doodgewone uiterlijk gebeuren, de ontzaglijke werkelijkheid van Jezus’ Calvarie-offer te ontsluieren. En toch blijft een groot deel van de gelovigen onverschillig toezien.

4. - Twee geloofspunten.

Het geloof zegt ons, dat in de H. Mis en op het kruis de Hostie of de offerande alsook de offeraar één en dezelfde zijn, dat er enkel verschil is in de wijze van offeren, dat er identiteit bestaat tussen beide sacrificies.

Het sacrificie van de Mis is dus het sacrificie van het kruis. Het is het doen-voortduren-in-de-tijd van het Kruisoffer. Het is het doen-plaats-grijpen op al de altaren van de wereld, van dit ene bloedige Offer van het kruis, maar nu op onbloedige wijze. Het is het aanwezig-stellen op het altaar van Jezus-Hostie in zijn offerstaat van Calvarië, van Jezus-offeraar met zijn eredienst van het kruis.

Het is Jezus nu aanbiddend, nu dankend, nu smekend, nu uitboetend, op het altaar, met dezelfde aanbiddingen en dankzeggingen, smekingen en uitboetingen van toen op het kruis. Die van het kruis zijn die van de H. Mis, en die van de H. Mis zijn die van het kruis: het zijn geen nieuwe, geen andere, het zijn identiek dezelfde.

De H. Mis is dus geen louter afbeelding of voorstelling, geen louter herdenking van het kruisoffer. Zij is ook geen hernieuwing ervan, in die zin dat Jezus met andere offerdaden nog eens zou herhalen wat Hij reeds eenmaal deed op het kruis! Neen! Dit zou immers het kruisoffer door het Misoffer kleineren, zijn. Het zou de H. Schrift leugenachtig maken, zijn, die getuigt dat Jezus “door een enkele offerande voor eeuwig de geheiligde heeft volmaakt”[2].

Het kruisoffer immers is zo verheven, zo oneindig in waarde, dat Jezus op zijn kruis eens voor altijd God alle eer en glorie heeft gegeven, eens voor altijd heeft geboet voor alle zonden, eens voor altijd alle genaden heeft afgesmeekt en verdiend.[3]

En wanneer de H. Mis God dezelfde eer geeft, en meteen de zielen vermag te heiligen, omdat Misoffer en kruisoffer het ene offer uitmaken, van de “enige middelaar tussen God en de mensen, de mens Christus-Jezus, die zichzelf tot losprijs voor allen heeft gegeven”[4].

Kortom de H. Mis is het tegenwoordig-stellen van het Kruisoffer, is het Kruisoffer zelf, maar zonder bloedvergieten.

Zonder bloedvergieten! Ja, want “de wijze van offeren verschilt”[5]. Het Kruisoffer vertoonde een bloedige Hostie, een Hostie waarlijk geslacht en gedood. Het Misoffer daarentegen vertoont ons een Hostie, niet meer in bloedige offerstaat, maar in staat van mystieke slachtoffering, zeggen de godgeleerden, d.i. in een staat, die enkel de dood afbeeldt, de dood op zinnebeeldige wijze voorstelt. Maar dit verschil is enkel bijkomend, en verandert niets aan de aard van het offer zelf, dat hetzelfde blijft in hoofdbestanddelen.

En ‘t is dit verschil in het offeren, dat van de H. Mis, alhoewel één met het sacrificie van het kruis, toch terzelfdertijd een waar en op zichzelf volledig offer maakt, afgezien van het kruisoffer. Want Mis en kruisoffer zijn 1° éénzelfde offer, omdat Hostie en Offeraar dezelfde zijn, maar beide zijn toch 2° elk op zichzelf een volkomen offer, door het verschil in de wijze van offeren. En beide waarheden zijn een geloofspunt.[6]

5. - Handelen wij volgens ons geloof?

Indien elke H. Mis, die opgedragen wordt in onze kerken, het Kruisoffer is van voor negentien eeuwen, welke zal de vrucht wezen van een levendig geloof aan die waarheid?

De schrijver van de “Navolging van Christus” duidt ze ons aan: “Zo groot, zo nieuw en zo verblijdend moet het u voorkomen, als u de H. Mis leest of hoort, alsof Christus op diezelfde dag, voor ‘t eerst aan zijn kruis hangend voor ‘t heil van de mensen leed en stierf”[7].

Is dat werkelijk zo? … Helaas, neen! …

Wie getroost zich tot het bijwonen van de H. Mis het honderdste deel van de moeite, die hij zich graag zou getroost hebben om te kunnen aanwezig zijn bij het Kruisoffer?

Wie spoedt zich ‘s morgens naar de kerk in dezelfde godsdienstige stemming, waarin hij zich zou begeven hebben naar Calvarie?

Wie volgt de heilige handelingen aan het altaar met die ontroering en die godsvrucht, die zijn ziel zou overmeesterd hebben bij het aanschouwen van Jezus’ lijden en dood?

Wie bidt, wie bemint gedurende de H. Mis, zoals hij zou gedaan hebben aan de voet van het kruis? Waar vandaan dit verschil?

Modicae fidei! Kleingelovigen, die we zijn! We zien zonder te begrijpen. Wij horen zonder te verstaan!

O Jezus, offeraar en offerande op het kruis en op het altaar, genees ons van onze geestelijke blindheid, vermeerder ons geloof in de verheven waardigheid van uw eucharistisch sacrificie. Geef ons zo een achting en liefde voor dit hoogheilig geheim, dat we geen offers te zwaar vinden, om er elke dag bij tegenwoordig te zijn met dezelfde gevoelens, die het hart van uw Moeder en van uw lievelingsapostel Joannes vervulden, aan de voet van het kruis!

 

[1] Welk kruisbeeld soms! Een miniatuur-kruisbeeldje, dat zelfs de celebrant met alle moeite ontwaart! Nochtans, het altaar is niets anders dan de offertafel, waarop als enige noodzakelijke versiering een kruisbeeld en kaarslicht hoeft geplaatst. Al het overige is bijzaak. In hoeveel kerken echter is de bijzaak hoofdzaak geworden en leidt ze, tot groot nadeel voor de ware eucharistische godsvrucht onder de gelovigen, de aandacht af van wat steeds in het oog zou moeten springen: het kruisbeeld! Mocht onder de H. Mis elk kruisbeeld, door een mirakel, beginnen te leven, mocht elke Mis voltrokken worden op de kruisberg zelf, aan de voeten van de zieltogende God-mens, dan eerst zouden velen begrijpen. Hier moet geest van geloof dit zinnelijk te kort aanvullen, en moet gebed en overweging levendigheid van geloof verkrijgen.

[2] “Una enim oblatione consummavit in sempiternum sanctificatos.” (Hebr. 10,14)

[3] Ten andere, Jezus kan in zijn glorieuze toestand, waarin Hij sinds zijn verrijzenis verkeert, niet meer lijden, niet meer sterven.

[4] “Unus enim Deus, unus et mediator Dei et hominum homo Christus Jesus qui dedit redemptionem semetipsum pro omnibus.” (1 Tim. 2,5)

[5] Een groot godgeleerde, Kardinaal Franzelin, leert, dat het kruisoffer en de H. Mis verschillen: 1° door de wijze van opdragen: voor het kruisoffer op bloedige, voor het Misoffer op onbloedige wijze; het eerste werd maar eenmaal, het tweede wordt duizenden keer daags opgedragen; 2° door de zichtbare priester: op Calvarieberg offerde Jezus zichzelf, aan het altaar offert Jezus zich door de gewijde bedienaar; 3° door de gevolgen; op het kruis verdiende Jezus en voldeed, op het altaar deelt Jezus zijn verdiensten en voldoeningen mee; 4° het kruisoffer was de afbeelding van geen enkel ander offer, terwijl de H. Mis de afbeelding is van het kruisoffer. (De Eucharistia ut Sacrificium. Thesis. 16)

[6] Indien men nu naar een opheldering vraagt van dit geheim, ziehier hoe een ascetisch schrijver ons die kwestie tracht te verduidelijken: “A première vue, on n’aperçoit pas le moyen de concilier les deux aspects du dogme: ils paraissent plutôt s’exclure; car il faut reconnaître à la fois, que la Messe est un vrai sacrifice, complet et réellement distinct de celui de la Croix par la manière dont il est offert, et que cependant, l’un et l’autre ne sont qu’un unique sacrifice. Comment mettre ces deux points de vue d’accord? N’hésitons pas à le reconnaître: il y a ici un profond mystère; mais un simple rapprochement permettra d’y faire pénétrer un rayon de lumière.

“Puisque mystère il y a, remarquons d’abord qu’il n’a rien de spécial: le mystère de l’unité du sacrifice, malgré le temps qui s’écoule et les actes sensibles et multipliés qui le réitèrent, n’est ni d’une nature différente ni plus étonnant que cet autre mystère, auquel nos esprits chrétiens sont davantage faits, et qui, partant, ne surprend plus guère le croyant, à savoir le mystère de Jésus-Christ présent et complètement présent, aux innombrables tabernacles de l’univers.

“Le divin Rédempteur est, par sa présence eucharistique, identiquement et tout entier présent en divers lieux, en plusieurs endroits de l’espace; tout chrétien sait cela, s’est habitué à le croire. Or, tout de même, le Sauveur par l’Eucharistie est identiquement présent et agissant à divers moments du temps. La même raison qui abstrait le Christ eucharistique des différenciations de lieux et le multiplie à travers l’espace, le soustrait également à la succession des moments et l’immobilise à travers le temps. Dès lors, on entrevoit comment le Sauveur peut, par le même acte, s’être livré en sacrifice sanglant au jour de sa Passion, et se sacrifier toujours sous les espèces eucharistiques; comment il peut se faire que l’acte, par lequel Il réalise son sacrifice sur l’autel, soit l’acte même par lequel Il l’accomplissait sur la croix. Que la manière dont cet acte s’opère, que la forme extérieure, sensible, - sanglante au Calvaire, non sanglante sur l’autel - qui le réalise ou l’exprime, diffère, il n’importe; l’acte sacrificatoire essentiel est tout un; le sacrifice, sous sa double modalité douloureuse et eucharistique, est unique; il est le même sacrifice, tout entier sur la croix et en chaque messe.

“Dès lors la Messe de hier, celle d’aujourd’hui, celle de l’avenir constitue, du côté du Christ, Prêtre, Sacrificateur, Ministre principal, toujours le même acte, le même sacrifice, tout comme, eu égard toujours à l’action essentielle, qui est celle du Christ, la Messe d’ici et celle d’ailleurs constitue un seul sacrifice; ce sont presque les propres termes de S. Thomas d’Aquin. (III. q. 83 a. I ad. I). Et de même que les espèces apparentes du pain et du vin multiplient la présence eucharistique de Notre Seigneur, ainsi ce qu’il y a de ministériel de la part du ministre secondaire et subordonné, les actes du prêtre, son intervention purement humaine, servent à multiplier, multiplient successivement les messes, en font autant d’immolations mystiques, d’oblations sensibles, véritables, quoique l’acte sacrificatoire essentiel soit toujours le même, un, “Du levant au couchant, prophétisait Malachie, parmi toutes les nations, en tous lieux, on offre en mon Nom, une oblation pure.”

“Or cette oblation, cette immolation sacrificatoire, cette Action, comme l’appelle tout court le Canon de la Messe, quelle est-elle? C’est cette action sublime qui concentre en elle, tout l’honneur, toute la gloire rendus à Dieu durant les siècles des siècles: “omnis honor et gloria, per omnia saecula saeculorum,” celle que le Sauveur a seule choisie pour accomplir toute la rédemption, lui subordonnant tous ses autres actes, quelque admirables et méritoires qu’ils fussent eux-mêmes, tous les autres moments de sa vie, car c’est l’action de “son Heure”: celle du Christ, s’offrant au Calvaire, en victime immolée.

“La manière d’après laquelle cette action s’accomplit à la Messe, ou plus exactement se manifeste à nous, diffère par suite de la façon merveilleuse qui l’étend, par les espèces eucharistiques, jusqu’à nous dans la succession du temps et dans la dispersion de lieux; et, par cette façon même, l’acte n’a plus rien de sanglant; mais le sacrifice reste immuablement le même: le soleil ardent de l’amour divin parvenu à son apogée y reste fixé; il n’est personne qui doive être privé de sa chaleur: “occursus ejus usque ad summum ejus, nec est qui se abscondat a colore ejus.” Depuis la dernière Cène qui l’inaugure et institue sa forme eucharistique, c’est la Grande Action, accomplie autrefois au Calvaire sous sa forme normale, humaine, sanglante, sensiblement sacrificatoire, qui maintenant et successivement sur les autels, par et sous sa forme mystique, toujours et actuelle, présente, perdure” (Simons: Le Sacrifice de la loi nouvelle, p. 33-41.)

[7] Navolging van Christus 4, 2.