Aflaten: zoveel minder vagevuur!

Oktober 30, 2021
Bron: fsspx.news

Door E.H. Joseph Verlinden

Zoals de goddelijke openbaring ons leert, volgen op de zonden de straffen, die door Gods heiligheid zijn opgelegd en die ofwel in deze wereld door het verdriet, de pijn en de ellende van dit leven en vooral door de dood moeten worden uitgeboet of ook door het vuur en de kwellingen of de zuivere straffen in het toekomstig leven.

Deze straffen worden door de rechtvaardige en barmhartige God opgelegd om de zielen te zuiveren en de heiligheid van de morele orde te beschermen en om de glorie van God in zijn volle heerlijkheid te herstellen. Want iedere zonde brengt een verstoring van de universele orde mee, die God in zijn onuitsprekelijke wijsheid en oneindige goedheid heeft beschikt, en een vernietiging van aanzienlijke goederen zowel met betrekking tot de zondaar zelf als tot de mensen-gemeenschap.

Dat er echter uit te boeten straffen of zonderesten ter uitzuivering kunnen blijven en inderdaad feitelijk dikwijls blijven, ook nadat de schuld reeds vergeven is, wordt helder naar voren gebracht in de leer over het vagevuur. Want hierin worden na de dood de zielen van de overledenen die “met een echt berouw in de liefde van God zijn heengegaan, alvorens zij door waardige vruchten van boetvaardigheid voldoening over de bedreven zonden of nalatigheid hebben gegeven”, door de reinigende straffen gezuiverd. Ditzelfde wordt ook voldoende aangetoond door de christengemeenschap, welke tot de H. Communie was toegelaten, wanneer zij bad, “dat wij die terecht voor onze zonden worden gekastijd, omwille van de luister van Uw naam barmhartig bevrijd worden”.

In de voetsporen van Christus hebben de christengelovigen altijd geprobeerd elkaar te helpen op de weg naar de hemelse Vader: door gebed, door de uitwisseling van geestelijke weldaden en door berouwvolle boetedoening. Hoe ferventer echter de liefde waardoor zij werden gedreven, hoe meer zij de lijdende Christus navolgden, het eigen kruis dragend tot uitboeting van hun eigen zonden en die van anderen, in de vaste overtuiging dat zij hun broeders bij God, de Vader van barmhartigheid, konden helpen in het verwerven van het heil. Dit is het aloude dogma van de gemeenschap der heiligen.

De aflaat is dus een kwijtschelding ten overstaan van God van de tijdelijke straf voor zonden die, wat de schuld betreft, reeds zijn uitgewist (door een persoonlijke biecht). De goed welwillende christengelovige kan deze verkrijgen onder bepaalde en vast omschreven voorwaarden met behulp van de Kerk, die als bedienares van de verlossing de schat van voldoeningen van Christus en de heiligen op gezagvolle wijze uitdeelt en toepast. Een aflaat voor de levenden geschied bij wijze van vrijspraak en heeft altijd zijn volle werking.

Er is een gedeeltelijke aflaat of een volle aflaat, naargelang zij van de voor de zonden verschuldigde tijdelijke straf geheel of gedeeltelijk vrijmaakt. Zowel de gedeeltelijke aflaat als de volle aflaat kunnen altijd op de overledenen worden toegepast bij wijze van voorbede.

Als de Christengelovige die met een berouwvol hart het werk volbrengt waaraan een gedeeltelijke aflaat verbonden is, wordt door de Kerk in die mate kwijtschelding van de tijdelijke straf verleend als hij door zijn handeling reeds ontvangt.

Een volle aflaat kan slechts eenmaal op een dag verdiend worden, met uitzondering voor diegenen die in ‘stervensgevaar’ zijn. Een gedeeltelijke aflaat kan echter meerdere malen op een dag verdiend worden, tenzij uitdrukkelijk anders wordt vermeld.

 

Voor het verkrijgen van een aflaat wordt vereist dat:

1. men in staat van genade is;

2. het voorgeschreven werk nauwkeurig volbracht wordt;

3. men een algemene wil heeft de aflaat te verdienen;

 

Voor het verdienen van een volle aflaat zijn 4 voorwaarden vereist:

1. een rouwmoedige biecht;

2. een waardige H. Communie;

3. een gebed tot intentie van de paus.

4. en bovendien dat iedere begeerte naar welke, ook dagelijkse, zonde dan ook wordt uitgesloten.

 

Als deze laatste gesteltenis (4) afwezig is of de drie eerste bovengenoemde voorwaarden, zal de aflaat slechts gedeeltelijk zijn. De eerste drie vereiste voorwaarden kunnen op meerdere dagen voor of na het volbrengen van het voorgeschreven werk worden vervuld. Het is echter passend dat de communie en het gebed tot intentie van de Paus worden volbracht op de dag zelf waarop het werk wordt ondernomen.

Met één sacramentele, persoonlijke biecht kunnen meerdere volle aflaten worden verdiend; praktisch acht dagen voor of na; maar met één heilige Communie en met één gebed tot intentie van de Paus kan slechts één volle aflaat worden verdiend.

De voorwaarde om te bidden tot intentie van de Paus wordt volledig vervuld, wanneer tot zijn intentie eenmaal het ‘Onze Vader’ en een ‘Wees Gegroet’ gebeden worden. Daarnaast is het aan iedere gelovige toegestaan om welk ander gebed ook te bidden naargelang van ieders vroomheid of devotie jegens de Paus.

In alle kerken, openbare kapellen of - door degenen die daarvan wettig gebruik maken - halfopenbare kapellen kan een volle aflaat worden verdiend, welke op 2 november alleen kan worden toegepast op de overledenen.

In parochiekerken kan echter bovendien tweemaal per jaar een volle aflaat worden verdiend: op het feest van de patroon en op 2 augustus, waarop de ‘portiuncula’-aflaat valt, of op een andere geschiktere, door de plaatselijke bisschop vast te stellen, dag.

De Christengelovige die een ‘voorwerp van vroomheid’ (crucifix, kruisje, rozenkrans, scapulier, medaille) dat een  priester op de gebruikelijke wijze gezegend is, in vrome gezindheid gebruikt, verkrijgt een gedeeltelijke aflaat.

*

*  *

In grote lijnen.

Gedeeltelijke aflaten

1. Het gebed. Een gedeeltelijke aflaat wordt verleend aan iedere gelovige die zijn plichten van staat volbrengt en in de moeilijkheden en beproevingen van het leven zijn ziel verheft tot God, met een vrome aanroeping, in nederig vertrouwen, zelfs in de geest.

2. Ijver en aalmoes. Een gedeeltelijke aflaat wordt verleend aan iedere gelovige die in de geest van geloof en barmhartigheid, zich inzet of zijn middelen deelt met zijn broeders in nood. Hier is geen aanroeping vereist.

3. Boete. Een gedeeltelijke aflaat wordt verleend aan iedere gelovige die in de geest van boete, vrijwillig zich iets ontzegt wat geoorloofd en hem aangenaam is.

Het is gemakkelijk gedeeltelijke aflaten te verdienen. Zorg ervoor dat u altijd de wil hebt om ze te verdienen. Bvb.: het kruisteken, het Angelus, veel schietgebeden, een bezoek aan het H. Sacrament, Ziel van Christus, Catechismus geven of volgen, een aalmoes, een akte van geloof, hoop of liefde opzeggen, een litanie, hernieuwing doopbeloften, enz.

Volle Aflaten.

Wij kunnen dagelijks één volle aflaat verdienen door:

- Een half uur aanbidding van het H. Sacrament.

- Het bidden, al mediterend, van het rozenhoedje in familie of groep.

- De kruiswegoefening.

- Een half uur lezen in de H. Schrift.

Andere volle aflaten:

Pauselijke zegen ‘urbi et orbi’, ook via de media. In het stervensuur: pauselijke zegen door de priester, of het kruis kussen. Een retraite volgen van minstens 3 dagen.

Wij kunnen op bepaalde dagen één volle aflaat verdienen door:

1 januari: Veni Creator

Vrijdagen in de Vasten: “O goede Jezus, zie mij ...”

Witte Donderdag: Tantum Ergo

Goede Vrijdag: Aanbidding van het Kruis.

Paaszaterdag: hernieuwing doopbeloften.

Pinksteren: Veni Creator.

Sacramentsdag: Tantum Ergo

H. Hartfeest: Akte van eerherstel.

Sint-Petrus-en-Paulus: gebruik van voorwerpen gezegend door paus of bisschop.

2 Augustus: bezoek aan een kerk.

Christus-Koning: akte van toewijding.

Voor de overleden gelovigen: op 2 november: bezoek aan een kerk; 1-8 november: bezoek aan een kerkhof.

31 december: Te Deum

Besluit.

Maken wij zorgvuldig gebruik van de aflaten. Hierdoor voldoen wij aan het verlangen van onze Moeder de H. Kerk, die voor ons haar rijke schatten opent. Hierdoor beantwoorden wij aan de liefde van Jezus Christus, die door Zijn kruisdood die rijke schatten voor Zijn Kerk verdiend heeft. Hierdoor bewijzen wij een liefde­dienst aan ons zelf en aan de zielen in het vagevuur. Hierdoor bevorderen wij Gods uitwendige glorie, omdat Hij, hoe meer aflaten wij verdienen, des te eerder door ons en door de zielen van het vagevuur, in de hemel volmaakt gekend en bemind zal worden.

Vormen wij derhalve bij ons morgengebed de mening, al de aflaten te verdienen, waarmede de werken, welke wij gedurende die dag zullen verrichten, verrijkt zijn. Aan bijna alle gewone gebeden zijn aflaten verbonden: het kruisteken, het gebruik van wijwater; het opzeggen van de akten van geloof, hoop en liefde, het bidden van het rozenhoedje, de kruisweg, enz. Zoveel minder vagevuur!