Interview Mgr. Vitus Huonder

November 06, 2021
Bron: District des Benelux
Mgr. Huonder en Pater Lukas Weber

Op 25 september 2021, feest van de heilige Nicolaas van Flüe, patroon van Zwitserland, vierde bisschop Vitus Huonder zijn 50-jarig-priesterjubileum in de kerk van de priorij van Wil (FSSPX-Zwitserland). Mgr. Huonder werd priester gewijd door Mgr. Johannes Vonderach, toen bisschop van Chur, op 25 september 1971 in de kerk van Thalwil.

Mgr. Huonder was bisschop van Chur tussen 2007 en 2019. Op 20 mei 2019 aanvaarde Paus Franciscus zijn ontslag. Sindsdien woont Mgr. Huonder met pauselijke toestemming in het ‘Sancta Maria Instituut’ in Wangs (FSSPX middelbare school met internaat voor jongens in Zwitserland).

Een maand voor de viering van dit jubileum gaf bisschop Huonder een interview, waarin hij vragen beantwoordde van Pater Lukas Weber.

Monseigneur Huonder, u viert dit jaar uw vijftigjarig priesterjubileum. Hartelijk gefeliciteerd en bedankt dat u zich door ons wou laten interviewen, zodat we u een beetje beter kunnen leren kennen. Zo’n jubileum is vanzelfsprekend dé gelegenheid om een terugblik te werpen naar uw kindertijd, toen u nog een kleine jongen was in Trun, in het kanton Graubünden1, die priester wou worden. Wat leidde hiertoe?

Ik ben geboren in 1942 in Trun, niet ver van Disentis, dat bekend staat om zijn Benedictijns klooster. Het was daar, in de Sint-Maartenskerk te Trun, dat ik gedoopt werd. Ik kan wel zeggen dat het daar is dat ik het geloof ontving. Wat een grote invloed in die tijd had, was eerst en vooral dat ik erg jong naar de mis ging met mijn moeder. Ik hield ervan om naar de mis te gaan, ook al was ik nog maar zo’n drie of vier jaar oud. Wat ook altijd zo’n grote indruk op me maakte, was de kruisweg vanuit Trun naar het bedevaartsoord Maria Licht. Ik heb deze kruisweg vaak afgelegd en deze staat diep in mijn hart gegrift. Dit zijn de uiterlijke elementen die me beïnvloed hebben.

Van jongs af aan heb ik altijd een groot verlangen gehad om een parochie te hebben: niet slechts priester te worden, maar een parochiepriester. In feite hadden de priesters daar een grote invloed op mij; de parochiepriester, maar vooral de kapelaan. Het is die laatste die me, zeer vroeg, liet kennismaken met het misdienen. Met zeven jaar was ik reeds misdienaar, hetgeen ik ben gebleven tot ik ongeveer 26 à 27 jaar was. Het waren mijn eerste stappen in het geloof, die ik vooral aan mijn moeder te danken heb, want zij had een belangrijk aandeel in de vorming van mijn geloof.

Uw getuigenis bevestigt het belang van opvoeding binnen het gezin en van contact met priesters voor het opwekken van roepingen.

Ja, absoluut. Dit blijft ook vandaag zeer belangrijk.

U heeft uw studies verdergezet, volgde uw theologische opleiding en u werd tot priester gewijd op 25 september 1971. Wat voor herinneringen koestert u aan deze ceremonie?

Het was een lange weg om daar te komen. We verhuisden naar Thalwil in het kanton Zürich toen ik acht was. Ik ging daar naar de lagere school en daarna naar de middelbare school in Disentis, altijd de wens met me meedragend om priester te worden. Na vele stappen werd ik priester gewijd op 25 september 1971. Wat vooral indruk op me maakte gedurende mijn wijding, het gebeurde bij de handoplegging, en vervolgens de zalving van de handen, is dat ik me realiseerde dat deze handen geheiligd waren, gezalfd, speciaal voor het heilige offer. Dat heeft een grote indruk op me gemaakt tijdens de wijding.

In vijftig jaar priesterschap ziet men vele dingen gebeuren. Onze lezers zouden het waarschijnlijk leuk vinden om een paar anekdotes uit uw rijke ervaring te lezen.

Het priesterleven is in zijn geheel een mooie ervaring, dat wil ik graag benadrukken. Maar als u een anekdote wilt, herinner ik me een keer, als bisschop, dat tijdens een vormsel in een parochie, een jongen van een jaar of elf-twaalf jaar naar me toekwam na de ceremonie en me wist te zeggen: “Ik wil priester worden.” Dat heeft me erg ontroerd en verheugd, en toonde me ook hoe belangrijk het is dat een bisschop zijn parochies bezoekt; dit leidt niet noodzakelijk tot priesterroepingen, maar versterkt deze in ieder geval wel. Wat altijd indruk op mij heeft gemaakt in mijn leven als priester, en vooral de laatste tijd, is het opdragen van de mis. Tijdens de canon, de stilte van de canon, heb ik het gevoel dat veel van de jongeren die aanwezig zijn, echt meedoen in deze stilte. Dat maakt veel indruk op me. Jongeren van 11 tot 15 jaar... Je kan voelen hoezeer het begrip van deze stilte al in hen groeit, vooral omdat deze stilte ons de dood en het lijden van Onze Heer doet beleven. Dit maakt elke keer weer indruk op me.

Er zijn ongetwijfeld vele ervaringen in het leven van een priester, maar natuurlijk ook kruisen en beproevingen. Daaraan is geen gebrek in uw leven geweest, noch als priester, noch als bisschop. Waar heeft u de kracht gevonden om deze kruisen te dragen en deze beproevingen te overwinnen?

Eerst en vooral in het heilig offer van de mis zelf. Het is daar dat men altijd de benodigde kracht kan vinden om beproevingen te doorstaan. Vervolgens in het gebed, vooral het gebed van de Kerk. Ik heb altijd veel gebeden en het gebed van de Kerk, hetgeen in het brevier staat, zeer trouw gedaan. En ik heb altijd kunnen voelen hoezeer dit gebed mij draagt, mij helpt, mij sterkt en mij verblijdt in vele moeilijke situaties. Het zijn erg belangrijke momenten in het leven van een priester, opdat hij zou kunnen volharden, want het is niet altijd gemakkelijk. Daarnaast is het ook belangrijk om broederlijk contact te hebben, om broeders te hebben die hetzelfde leven leiden, die je vergezellen op dit pad. Dit zijn prachtige steunpilaren in het leven van een priester.

Wat u zegt klinkt als een aanmoediging of misschien een oproep aan priesters om werkelijk een leven van gebed te leiden, ondanks alle eisen van het dagelijks leven. Het is daar dat u uw kracht vond.

Ja. Ik wil echt benadrukken dat de trouw van de priester aan zijn gebedsleven heel belangrijk is. Ja.

Als bisschop koos u natuurlijk een lijfspreuk. U koos dit: Instaurare omnia in Christo - om alles te vernieuwen of te versterken in Christus. Dit is dezelfde lijfspreuk als Paus Pius X had. Waarom deze keuze?

Dit is daadwerkelijk terug te brengen naar de heilige paus Pius X. Ik was 12 jaar oud, in 1954, toen St. Pius X heilig werd verklaard. Ik herinner me nog zijn foto die we in de catechismusles kregen. Deze spreuk stond onderaan de afbeelding. Dit tekende me enorm, en is me sindsdien altijd bijgebleven. Ik weet nog dat in 1960, 1961 – toen de vraag van het concilie in de lucht hing, deze was immers al aangekonigd- er verschillende discussies over het concilie, de verwachtingen over het concilie etc. rondgingen. En ik herinner me dat men zei: “de Kerk moet zich vernieuwen.” Ik antwoordde met deze lijfspreuk en zei: “Ja, de Kerk moet zich vernieuwen, maar enkel onder het motto van de heilige paus Pius X: “Alles vernieuwen in Christus.”

Hierna bleef u gedurende twaalf jaar aan het hoofd van het bisdom van Chur. Toen het moment er was om, bij pauselijk besluit, deze functie te verlaten – dat is nu ruim twee jaar geleden – nam u een zeer moedige stap en besloot u hier, in een huis van de Priester-Broederschap Sint-Pius X uw pensioen te beleven. Bent u vandaag gelukkig met deze keuze of heeft u hier spijt van?

Ik ben zeker en vast heel gelukkig met deze keuze. Het is misschien belangrijk te weten hoe dit alles is verlopen, want er zit een hele evolutie achter. Allereerst, toen ik pas priester was, had ik sporadisch contact met de gelovigen van de Broederschap. Maar deze waren niet erg regelmatig. Ze leerden me echter wel de Broederschap kennen. Vervolgens kwam Una Voce op, een federatie ter begunstiging van de Traditie. Uiteindelijk had ik als bisschop meer contact met de gelovigen van de Traditie, maar ook met de priesters. Ik heb zelfs bezoek ontvangen van enkele leden van de Broederschap Sint-Pius X. Het is zo dat ik ze heb leren kennen. Daarna ontdekte ik de school hier in Wangs, waar ik zelfs werd uitgenodigd om het standbeeld van Onze Lieve Vrouw te kronen. Dat was vrij vroeg: rond 2012, 2013…

En toen, dit was doorslaggevend, kreeg ik, net als andere bisschoppen over de hele wereld, de vraag of ik bereid zou zijn tot dialoog met de Broederschap. Dit was rond 2014. Ik heb ja gezegd. Het lag me erg na aan het hart. Dus maakte ik contact, begon met deze dialoog en van daaruit was ik in staat om de situatie beter te begrijpen. Ik raakte toen betrokken bij alles wat met de Broederschap en de Traditie te maken had, en ik realiseerde me dat ik absoluut op deze manier door moest gaan. Uiteindelijk raakte ik ervan overtuigd dat ik dit contact met de Broederschap moest verdiepen, wat ik deed door Wangs te kiezen als plaats voor mijn bisschoppelijke retraites. Deze keuze werd zelfs blij onthaald door de Heilige Vader. Hij zei tegen een priester: “Het is goed wat hij daar doet.”

En nu ben ik hier en ik moet zeggen dat ik erg gelukkig ben. Ik heb een hele religieuze omgeving die me echt ondersteunt, die me helpt om het geloof op een intense manier te beleven, zelfs als bisschop emeritus.

Met u zo te horen, kan men afleiden dat u zelf geëvolueerd bent en dat, door contact met de Broederschap, u meer en meer de verwantschap van geest herkende, de geest die ons bindt, dat ene en hetzelfde geloof dat we delen en waarin u hebt gekozen te leven. Heb ik dat goed begrepen?

Ja, dat is zo. Maar je moet niet vergeten dat ik mijn hele jeugd al in dit geloof leef. De grote veranderingen vonden immers plaats rond 1968, en ik was toen al 26 of 27.

... zodat u het geloof van uw jeugd hebt kunnen behouden tot op uw oude dag, ondanks de problemen die de Kerk hebben geschokt en die die u hebt aanschouwt.

Inderdaad! Je moet niet vergeten dat we jong waren in de tijd dat al deze veranderingen plaatsvonden. We waren jong. We hadden veel vertrouwen, zowel in de Heilige Vader als in de hiërarchie. We dachten dat wat er voor onze ogen gebeurde goed was. Wij hadden nog geen methode om onderscheid te maken. De dingen zelf observeren, ze bestuderen, liturgie, theologie,..  Dat kwam pas later. In die tijd was dat nog niet het geval, juist omdat er een totaal vertrouwen was. Nu ik ouder word, moet ik toegeven dat ons veel dingen zijn ontnomen. Ik merk het meer en meer nu, juist omwille van dit contact met de Traditie, met de Broederschap en de zorgen die de Broederschap zich maakt.

Dus u waagde de sprong en kwam hier, naar het ‘Sancta Maria Instituut’ in Wangs, zonder veel ophef maar met discretie, wat volgens mij perfect bij uw karakter past. Het leek u niet nodig om grote publieke verklaringen te maken, maar u deed dit omwille van uw overtuiging; u zei tegen uzelf: mijn aanwezigheid hier en mijn daden getuigen van mijn innerlijke overtuiging en de kracht van mijn geloof.

Ja, absoluut. Aan de ene kant hecht ik belang aan het beleven en het tonen van mijn overtuigingen. Maar aan de andere kant is het belangrijk voor me dat men door dit voorbeeld weet dat de Broederschap ook een steun voor hen kan zijn. Ik bedoel hiermee de Broederschap zelf, maar ook de priesters die de Traditie zoeken, zodat zij dit voorbeeld kunnen zien en zich hierdoor gesterkt voelen. Natuurlijk zijn er ook andere manieren, gesprekken bijvoorbeeld, waarmee ik dit kan laten zien. Maar bovenal vind ik het belangrijk dat mijn leven zelf een getuigenis is.

Men kan zich heel gemakkelijk voorstellen dat u een andere plek, in een andere gemeenschap had gekozen. Maar u koos bewust voor deze plek hier, met de Priesterbroederschap.

Ja, ik heb dit heel bewust gekozen. Dit blijkt duidelijk uit de evolutie waarover ik het heb gehad. Ik dacht ook dat deze Broederschap - ik wil niet aanmatigend klinken – maar dat deze Broederschap mij misschien ook nodig heeft. En ik wil jullie, de Broederschap, mijn steun geven. Dit was echt mijn leidende gedachte bij het maken van deze keuze. Er waren evengoed ook andere redenen: ik dacht dat het voordelig zou zijn om me in een omgeving te bevinden waar jonge mensen zijn, zodat zij mij in vorm kunnen houden - wat niet altijd gemakkelijk is, want gewoon wandelen is al een opgave voor mij. Het was belangrijk voor mij om naar een omgeving te komen waar ik kan voelen dat het geloof nog jong is.

Het is heel goed dat u deze jeugdigheid blijft zoeken, zowel lichamelijk als geestelijk! Ik wil u erg bedanken voor dit besluit, omdat het voor velen van ons, zowel priesters als leken, een bemoediging is om te zien dat een bisschop zich bij ons thuis voelt, dat hij ons werk wil steunen en ons door zijn aanwezigheid aanmoedigen om trouw te blijven in het geloof. Hartelijk bedankt!

Ik ben er erg gelukkig mee!

Uw keuze om hier te komen heeft niet alleen mensen gelukkig gemaakt. Het werd, laten we zeggen, op een negatieve manier gezien, ook in de bisdommen van Zwitserland. Als u een compleet andere of zelfs atypische keuze had genomen, zou dit waarschijnlijk beter ontvangen zijn geweest. Hoe verklaart u deze reactie?

Dit is natuurlijk de algemene reactie van veel mensen vandaag op de waarden van de Traditie. Dit geldt niet alleen voor de Broederschap. Het is waar dat de Broederschap haar rol hierin speelt, maar waar het werkelijk om gaat is het vraagstuk van de Traditie. Er is een deels negatieve houding tegenover de Traditie. Het is moeilijk hier verklaringen voor te vinden. Enerzijds is het misschien het historisch geweten dat de gelovigen in de Kerk enigszins kwelt, omdat men weet wat er gebeurd is in de voorbije eeuw, en men wilt zich hiervan afwenden. Anderzijds is de maatschappij zo veranderd dat men het gevoel heeft dat het helemaal niets is voor onze huidige tijd. Andere factoren spelen evenzeer een rol. Hier in Zwitserland, laten we zeggen in de Kerk in Zwitserland, heb ik mezelf altijd in de vuurlinie bevonden. In veel kringen heb ik altijd kritiek gekregen, op een negatieve manier. Vanuit dit oogpunt was deze reactie dan ook begrijpelijk. Daarom is het belangrijk voor mij om de mensen te laten weten dat ik hier niet alleen ben omdat ik dat persoonlijk graag wil, maar echt omdat ik het als een zeer belangrijke verantwoordelijkheid beschouw om als katholiek bisschop voor onze Moeder de Kerk en de Broederschap te getuigen van mijn diepe gehechtheid aan de Traditie. Men moet dit weten, ik hecht er veel belang aan. Maar dit alles is niet genoeg om een positieve reactie uit te lokken, want andere factoren liggen aan de oorsprong van deze negatieve houding.

Deze grote aanmoediging die U ons geeft door Uw aanwezigheid onder ons is kostbaar. Misschien hebt u een paar woorden om de priesters van de Broederschap aan te moedigen, door hen te vertellen hoe u hun apostolaat ziet. Maar ook hoe u de hulp ziet die aan de diocesane priesters of hoe men contact moet opnemen met hen om hen de waarde van Traditie te laten zien?

Allereerst is er de kwestie van de Broederschap zelf. Ik moet toegeven dat hier prachtig pastoraal werk verricht wordt, maar ook op andere plaatsen. Om zo'n katholieke school te hebben in het bisdom was mijn droom in die tijd. Maar dit soort scholen vind je niet in onze regio's. Ik heb het vooral over Europa, meer bepaald Centraal-Europa. Ik ken niet de hele wereld, maar ik moet zeggen dat wij hier niet meer zo'n scholen hebben. Ik wil de Broederschap feliciteren met het beheren van dergelijke scholen, en meer in het algemeen met het feit dat priesters dicht bij hun gelovigen staan. Wij hebben deze voorgangers nodig, de gelovigen verwachten het ook, zij zijn van hen afhankelijk.

Ik heb onlangs het seminarie in Zaitzkofen bezocht. Ik kreeg de gelegenheid om de opleiding te zien die de priesters er ontvangen. Ik zei tegen de directeur: “Dit is hier een model voor de Kerk.” De kerkleiders zouden er goed aan doen om terug te keren naar de opleiding die hier gegeven wordt, in de Broederschap. Zowel in de vorming van priesters en jongeren, als in het dagelijkse pastorale werk en het gemeenschapsleven is dit zeer belangrijk. Idealiter wordt een priester niet alleen gelaten, maar is hij in een kleine gemeenschap die hem steunt. Al deze elementen staan in feite model voor de Kerk van vandaag, om haar te tonen hoe zij zichzelf kan vernieuwen. Dit is wat ik wil zeggen over het onderwerp van de Broederschap.

Wat de andere priesters betreft: ik weet dat veel jonge priesters vandaag de dag zich wenden tot de Traditie. Dit is een eenvoudige observatie. Ik probeer de redenen niet te achterhalen, maar ik stel vast dat er een verlangen is naar traditie, een verlangen naar de Mis van alle tijden. Ik zou graag deze priesters aanmoedigen om te getuigen, om te proberen te leven in de zin van deze Traditie. Zij hoeven niet bang te zijn, ook al kunnen zij in de huidige situatie met veel ongemakken worden geconfronteerd. Maar zij mogen zich niet laten ontmoedigen, want daarmee doen ze iets dat zich over misschien 50, 60 of 70 jaar zal vergelden.

Ik kom terug op het gemeenschapsleven, want het lijkt erop dat ook dit een cruciaal punt is in dit leven dat u deelt in het huis met onze priesters, en ook met de jongeren die hier naar school komen. Niemand kan ontkennen dat u een toonbeeld bent van stiptheid voor het gemeenschappelijk gebed. Ook in de loop van de dag wordt u vaak gezien in de kapel, verzonken in gebed. Dus we zijn het eens dat deze standvastigheid, deze regelmaat en deze zorg voor het geestelijk leven van groot belang is voor de priester om vrucht te kunnen dragen in zijn ambt.

Ja! Het zou zeer ernstig zijn als de bisschop daar geen voorbeeld van was. Ik denk dat het absoluut noodzakelijk is. En als ik daar kan zijn, dan ben ik dankbaar, want een voorbeeld zijn hoort ook bij de bisschoppelijke taak. Het gebedsleven is altijd van groot belang voor me geweest. Het ondersteunt het leven van een priester, het leven van een bisschop. Het is ook de steun in het leven van een leek. Ik hou vooral van het gebed van het brevier, dat wil zeggen, het gebed van de Kerk. Ik ben graag in de kapel, voor het Heilig Sacrament. Als wij beseffen dat het gebed als een voorbereiding is op de eeuwige lofprijzing van de Drie-ene God, dan zouden wij zeker willen bidden. We kunnen nu echt de Drie-ene God loven, op dit moment. Als we ons dit echt zouden realiseren, denk ik dat we veel meer bereid zouden zijn om te gaan bidden. Met het gebed, met de Mis, hebben we al één voet in de eeuwigheid.

Ik vind het zeer waardevol voor de jongens die hier hun opleiding krijgen om dit voorbeeld van een priester, door een bisschop, voor ogen te hebben. Dit zal helpen hen te vormen, hen goed voor te bereiden op de toekomst, en waarschijnlijk ook om nieuwe roepingen tot het priesterschap te wekken. Zo is het hier, in deze school dat je het werk ziet dat de Broederschap doet op het gebied van onderwijs. Als ik uw antwoord goed begrijp, bent u het met ons eens dat het juist en belangrijk is voor de Broederschap om ook de nadruk te leggen op onderwijs.

De Broederschap moet zich in haar apostolaat ook richten op scholen. Dit is heel belangrijk. Dit is niet zomaar een optie, maar ik zou willen zeggen dat het echt een prioriteit is, wat ons naar het doel leidt, want als we jonge mensen niet langer opvoeden in het geloof zoals ze hier worden opgevoed; niet alleen in de wetenschappen, wat ook belangrijk is, maar vooral met het oog op het verwerven van een godsdienstige opvoeding, godsdienstige kennis en vooral religieuze praktijk, zullen er geen roepingen meer zijn, want dat is waar priesterroepingen vandaan komen. Dit is heel belangrijk. En dit is wat in onze kringen, in Europa, jammer genoeg grotendeels ontbreekt.

Er wordt tegenwoordig geklaagd dat er te weinig priesters zijn, maar één van de redenen dat het zo ver is kunnen komen, is dat een waarlijk godsdienstige opvoeding is verwaarloosd, of althans op zo’n manier is overgedragen dat hij niet diep is kunnen doordringen. Ik zou vooral zeggen dat het niet tot aan de kern van ons geloof komt. Daarom wil ik de Priesterbroederschap van harte feliciteren en de priesters willen vragen om deze vaak moeilijke taak met een steeds hernieuwde vreugde aan te gaan. Want het is niet gemakkelijk om kinderen en jongeren op te voeden. Dit valt me nu des te meer op, natuurlijk, omdat ik nu zo dicht bij hen ben.

Kunt u ook getuigen dat de jongeren hier de echte geest van de Kerk ontvangen? Onze Broederschap wordt er in feite vaak van beschuldigd een schismatieke houding of bedoeling te hebben. Met andere woorden, kunt u echt bevestigen dat dit het werk is dat de Kerk door de eeuwen heen altijd heeft gewild, en ook vandaag nog steeds wil?

Natuurlijk kan ik dit bevestigen, vooral omdat ik zelf geprofiteerd heb van dit onderwijs. En als iemand zou beweren dat ik in die tijd tot een schismatieke gemeenschap behoorde en zulke theorieën zou hebben overgenomen, zou ik hen zeker tegenspreken. Het was in die tijd heel normaal om op deze manier opgevoed te worden. In sommige opzichten was ons onderwijs veel strenger. Ten eerste gingen we dagelijks naar de H. Mis. Dit was verplicht voor iedereen. Wij hadden niet de kans om onze ouders zo vaak te bezoeken als de kinderen hier doen. Dus het regime in mijn tijd was eigenlijk nog strenger. En daarom kan ik zonder aarzelen zeggen dat wat  hier gedaan wordt gewoon katholiek is, en dit moet ook door anderen beschouwd worden als gewoon katholiek.

Wat de beschuldiging van een schisma betreft, wel, het kan een anekdote zijn, maar weet je dat ik enkele contacten heb gehad met de Heilige Vader, ook over de Broederschap. De kwestie van dit vermeende schisma werd aan de orde gesteld, en de Heilige Vader zelf zei meermalen: “Dit is geen schismatieke gemeenschap”. Paus Franciscus zei dit persoonlijk tegen mij in een privé-audiëntie. Ik vermeld dit slechts terloops, om ook diegenen gerust te stellen die steeds op dit onderwerp terugkomen, of die lijden onder deze valse beschuldiging.

Dank u Monseigneur dat u dit bevestigt! Dus u woont nu hier in Wangs als een gepensioneerde bisschop, maar u rust niet op uw lauweren, u bent nog steeds zeer actief. Waar houdt u zich mee bezig?

Eerder met onopvallende activiteiten, maar bovenal met gebed en met de dagelijkse H. Mis. Dit is zeer belangrijk voor elke priester en meer nog voor een bisschop. Ik heb ook contact met de leerlingen. Je zou kunnen zeggen dat het occasionele contacten zijn: af en toe neem ik de biecht af van de leerlingen, soms bezoek ik een catechismusklas of geef ik zelf godsdienstles. Het is eerder zeldzaam, maar het gebeurt. En aangezien ik in gemeenschap met de priesters van het huis leef, praat ik met ze. Soms moet ik een lezing voorbereiden, wat mij de gelegenheid geeft mij te verdiepen in de Heilige Schrift, die mij bijzonder na aan het hart ligt. Ik heb er altijd veel waardering voor gehad en ik heb er zelfs een doctoraalscriptie aan gewijd. Zoals u ziet, gaat het dus om kleine taken of om occasionele hulp in een priorij om de H. Mis op te dragen, om er te preken. Ook hier preek ik van tijd tot tijd. Al deze activiteiten geven me echt voldoening.

Sinds u hier in Wangs bent, viert u ook dagelijks de Mis, en u doet dat uitsluitend volgens de traditionele ritus. Wat levert de viering van de traditionele ritus u op?

Ik heb natuurlijk de nieuwe en traditionele riten zeer nauwkeurig bestudeerd. Deze studie zorgde ervoor dat ik belangrijke verschillen opmerkte. Zo waren sommige teksten ingekort, of zelfs verwijderd, zoals gebeden die voor de priester van groot belang zijn. Nu kan ik enkel deze gebeden in de traditionele ritus beleven. Het is duidelijk dat dit de priester sterkt, het versterkt vooral het geloof, maar ook het geven van zichzelf tijdens de H. Mis. Je bent echt voor God, voor Jezus, en niet alleen voor een gemeenschap. Dat allemaal kan ik herontdekken in de traditionele ritus; het is zo kostbaar en, laten we zeggen zo tijdloos, dat ik nooit meer terug zou willen.

Mag ik uit uw woorden opmaken dat u niet langer de Novus Ordo wenst te vieren?

Ik wil het niet meer doen. Ik had het gevoel dat ik het niet meer kon, want als je in de traditionele Mis duikt, kom je op een punt waar je voelt dat je niets anders meer kunt doen.

Niet alleen vanwege een gevoel of de esthetiek, maar vanwege het geloof.

Ja, vanwege de diepte. Ik zeg altijd: de ritus zoals wij die hebben is ook een geloofsbelijdenis, en een geloofsbelijdenis kan niet zomaar terzijde worden geschoven. Wat zou men zeggen als ik als bisschop het bidden van de Geloofsbelijdenis van de Apostelen verbood? Wat zouden die gelovigen tegen me zeggen? Ze zouden me zeggen: “Wat is er met u aan de hand, dit is niet mogelijk!” We mogen niet vergeten dat de traditionele ritus, vooral omdat ze dit gewicht van jaren heeft, deze maturiteit, ook een geloofsbelijdenis is. We kunnen niet eisen dat de gelovigen deze geloofsbelijdenis naast zich neerleggen.

Monseigneur, men is altijd getroffen door uw glimlach en uw welwillendheid ten opzichte van de mensen die u benaderen. Hoe krijgt u het voor elkaar om dit evenwicht van de ziel en jeugdigheid van hart te bewaren?

Wat je zei is zeer ernstig. Deze jeugdigheid van hart komt echt voort uit geloof. En bovenal door voortdurend contact met de Heer. En dat is waarom ik er veel belang aan hecht. Ik heb het al keer op keer tegen de studenten gezegd: het is belangrijk dat je een goede relatie met Jezus onderhoudt, een relatie van vriendschap. En om dit te bereiken is het goed dat je een beeld hebt van de Heer, een mooi beeld, een goed aangezicht van de Heer. En als je steeds weer naar dit beeld kijkt alsof Hij daar is, zul je altijd met Hem in gesprek blijven, zelfs als je contact hebt met andere mensen. En dat helpt je om een zeer persoonlijke relatie met Jezus te hebben, en zo'n relatie is altijd iets moois, iets verheffends, iets dat mensen uiteindelijk gelukkig maakt.

Het is mooi dat u daarvoor zorgt en ik denk dat u elke morgen, als u de H. Mis begint, de woorden van de psalm uitspreekt: “Ik zal naar het altaar van de Heer opgaan, de Heer die behagen schept in mijn jeugd.”

Dat is zo!

Dat is geen leugen, zelfs niet voor een bisschop die al op leeftijd is.

[lacht] Een bisschop mag niet liegen. Hij moet altijd de waarheid vertellen.

Afgezien van uw bisschoppelijk insigne, bent u een zeer eenvoudig persoon die hier tussen zijn broeders leeft. Hoe slaagt u erin om als voormalig bisschop van een groot bisdom in Zwitserland  niet meer in het openbaar te verschijnen?

Wij vinden verschillende zeer belangrijke passages in de Psalmen waar herhaaldelijk wordt benadrukt dat alles vergankelijk is, dat wij altijd de dood voor ogen moeten hebben, dat zelfs de glorie van een bisschop, voor zover die bestaat, ook voorbijgaat. En het is goed om je er voortdurend aan te herinneren dat het op een dag voorbij zal zijn, dat we ons anders zullen moeten  gaan organiseren; dat je voor de Heer zult staan op een heel andere manier. Deze gedachte is al mijn hele leven bij me, ik heb mezelf altijd voorgehouden: “op een gegeven moment is het afgelopen met wat je nu aan het doen bent, ook al is het het mooiste wat er is.” En zo zal ook aan de bisschoppelijke functie ooit een einde komen, door een oproep van de Heilige Vader of door de Heer zelf. We moeten deze gedachte altijd voor ogen houden en hiernaar leven. Anderzijds is het ook aangenaam om een last te kunnen opgeven om zich te kunnen verdiepen in geloof, theologie, kennis van de Heilige Schrift. Dat is de mooie kant van het leven van een voormalig bisschop, want er is ook de goede kant van dingen. Zo gaat het leven: Wij moeten bereid zijn onze taak neer te leggen op de dag dat de Heer ons roept, wanneer Hij tot ons zegt: “De tijd is gekomen”. Het boek  Wijsheid verwoordt dit mooi: “Er is een tijd voor alles en een tijd voor alles onder de hemel.” Op dezelfde wijze is er ook een tijd voor het episcopaat en een tijd die daarop volgt, die van bisschop emeritus.

U hebt dus uw waardigheid en uw ambt als diocesane bisschop achter u gelaten, maar u bent natuurlijk nog steeds een bisschop en in die hoedanigheid bent u nog steeds actief in de kerk. Mij is verteld dat hier heel regelmatig priesters en af en toe leken komen om u te bezoeken, u om raad te vragen,  misschien zelfs om een klare kijk te krijgen op hun bekommernissen beeld ik me in. Zonder enige geheimen te willen kennen, wat zegt u dan tegen die mensen?

Wel, de meeste van deze mensen komen omdat ze problemen hebben in hun huidige leven of omwille van wat er gaande is in de kerk en zo. Het merendeel van de tijd steken we ze een hart onder de riem en zeggen: we moeten in deze richting doorgaan, we mogen ons geloof, onze overtuigingen, enz. niet loslaten. De meeste van hen hebben een woord van aanmoediging nodig, een woord van steun. Anderen komen alleen om te zien wat de bisschop nu doet, hoe het gaat, en dan zijn er van die lichte gesprekken waar we met elkaar praten over alledaagse dingen. Maar meestal zijn deze mensen op zoek naar spirituele hulp voor hun ziel, en als bisschop ben ik verplicht deze taak ernstig te nemen. Een bisschop voelt de voortdurende eis om op te treden als een pastoor. Het maakt deel uit van de functie, wij zijn herders, en daarom zijn wij eigenlijk dankbaar als we de kans krijgen om, ondanks onze leeftijd, deze herdersfunctie op een of andere manier uit te oefenen. Dit is ook een genade van God.

Uw keuze om hier naar Wangs te komen maakt het allemaal mogelijk, al was het maar onder de vele zielen die in het huis wonen. Heeft u nog steeds contact met de officiële hiërarchische organen van de Kerk, of misschien met het Vaticaan?

Zeer zeker, ik probeer nog steeds wat contacten te onderhouden. Maar natuurlijk is het moeilijker voor een bisschop emeritus om deze te onderhouden dan voor een bisschop die in functie is en uit hoofde van zijn zending van tijd tot tijd naar Rome moet gaan. Zij zijn daarom meer sporadisch, maar voor zover mogelijk probeer ik ze geïnteresseerd te houden in de zaak. In feite ben ik nog steeds bisschop en als bisschop draag ik nog steeds, in zekere zin, de verantwoordelijkheid voor het leven van de Kerk.

Hoe ziet u de nabije toekomst van de Kerk, rekening houdend met de crisis die zij momenteel doormaakt?

Ik kan uiteraard enkel oordelen over de crisis in onze gebieden. Ik ken de situatie in Afrika niet. Ik weet niet hoe het in Azië is. Maar ik wil hier gewoon herhalen dat we alleen uit de crisis kunnen komen als we terugkeren naar de oude waarden van de Traditie. Zonder dat, komen we niet vooruit. We zouden een beetje sleutelen, maar dat zou geen toekomst hebben en alleen maar teleurstelling voortbrengen. We zullen beweren dat het nu eenmaal is zoals het is, dat er niet genoeg priesters zijn, dat de gelovigen het er maar mee moeten doen enzovoort, in plaats van te erkennen waar de oorzaken van de crisis liggen en deze bij de wortel aan te pakken.

De tekenen, zelfs die vanuit de hoogste autoriteit van de Kerk, wijzen niet echt op een terugkeer naar de bronnen van de Traditie. Onlangs nog publiceerde Paus Franciscus zijn Motu Proprio Traditionis Custodes, waarin hij de viering van de Mis volgens de traditionele ritus beperkt. Men kan niet anders dan denken dat hij probeert het bijna helemaal te voorkomen. Hoe heeft u dit document ontvangen?

Je kunt je voorstellen dat het me erg raakte, het maakte me verdrietig, ja, ik heb gehuild. Dat had ik niet verwacht. Ik weet niet wat de oorzaak is. Als ik nog steeds een bisschop in functie was met goede toegang tot de Heilige Vader, zou ik hem vragen stellen om meer te weten te komen omtrent de personen op wie deze maatregel betrekking heeft. Er zijn zoveel mensen die getroffen worden, niet alleen priesters, maar de gelovigen, kinderen, jongeren, gezinnen, zij worden het slachtoffer. Ik heb immers gezien dat we in de Traditie veel gezinnen hebben. Ik weet niet of de adviseurs van de Heilige Vader zich realiseerden wat ze deze mensen aandeden. Wat doet men hen aan?! Nee, het maakt me diep bedroefd en ik vraag echt aan mijn broeders in het episcopaat, vooral aan de kardinalen, om de hele zaak te heroverwegen, wat er is gebeurd en de Heilige Vader te benaderen met de eisen die zich hierdoor stellen. Dit is hun plicht, want het is niet gewoon een kerkelijke wet, een decreet. Het gaat over het hart van het geloof. De kern van het geloof. En om op deze manier de kern van het geloof van de gelovigen aan te vallen, het is gewoonweg niet goed. Hier kan niks goeds van komen.

En als het gaat om het hart van het geloof, zegt u dat het mensen raakt, hun zielen, niet alleen van de katholieken, maar ook de Kerk zelf.

Het beïnvloedt de Kerk zelf, ja. Omdat, uiteindelijk, de Kerk leeft van dit geloof.

En het geloof wordt haar niet ter beschikking gesteld, zelfs niet aan de Paus.

Nee, het geloof wordt gegeven, het staat boven alle gezag, of beter, alle gezag is onderworpen aan het gezag van het geloof, wat uiteindelijk betekent aan het gezag van Onze Heer, want het geloof komt van Onze Heer. En alle gezag is Hem verantwoording schuldig, ook op dit punt (d.w.z. het Motu Proprio Traditionis Custodes). Men moet zich realiseren wat voor een grote verantwoordelijkheid men op zich neemt bij het aanvaarden van zo'n verordening.

Het lijkt erop dat de actie die met dit document werd ondernomen niet was ingegeven door geloof, hoewel dit lijkt te worden geïmpliceerd, maar veeleer door een streven naar eenheid in de kerk. Kan de Paus hopen de eenheid van de Kerk te bevorderen door deze Motu Proprio Traditionis Custodes?

Ik vind dit een vreemd argument, omdat we heel goed weten dat in de katholieke kerk altijd verschillende riten naast elkaar hebben bestaan. De eenheid van de Kerk werd nooit bedreigd door deze diversiteit. De kwestie van de eenheid van de Kerk ligt elders, namelijk in het geloof, in trouw aan het geloof. Ik geloof dat de eenheid van de Kerk vandaag bedreigd wordt door het feit dat er, zelfs onder andere onder de theologen, in grote mate een gebrek aan eenheid is. Ik wil niet explicieter zijn; de trouw, trouw aan het geloof in de Heer is niet aanwezig of is vervaagd. Ik herhaal: het geloof wordt gegeven door Onze Heer, door de apostelen die het hebben doorgegeven, en dit geloof verplicht ons. Dit is wat vandaag grotendeels ontbreekt in de Kerk, en dit is wat de eenheid bedreigt.

U raakt nu het cruciale punt aan, onze Broederschap ziet de dingen op dezelfde manier. Na het geloof, en daaruit voortvloeiend, komen de morele vraagstukken. Er zijn veel  tijdgenoten die ontevreden zijn over de Kerk, en haar zouden willen herleiden tot morele principes. Als bisschop, hebt u zelf moedig de Katholieke morele principes verdedigt, wat u veel haatcampagnes in de pers opleverde. Heeft u hier achteraf gezien spijt van dit gedaan te hebben, of denkt u dat dit nog steeds relevant blijft?

Nee, ik heb er geen spijt van. Integendeel, ik denk dat ik op een dag voor de Heer zal moeten verschijnen, en Hij zal mij vragen wat ik in dit verband heb gedaan. Ik zal Hem moeten vertellen wat ik heb gezegd en gedaan: ik heb bijvoorbeeld geprobeerd om les te geven op basis van de Heilige Schrift, die de grondslag is van ons geloof, namelijk het Woord van God, de openbaring van God. Ik heb geprobeerd het op deze manier over te brengen en daarin ben ik zelfverzekerd en onverstoord. Zeker, de evolutie van alle politiek, publieke moraal, enz. slaat een andere weg, maar dat ontslaat ons er niet van om ons voortdurend te herinneren aan wat de Schrift ons zegt, wat de Openbaring ons vertelt over het morele leven. Want dit komt voort uit geloof. In de epistels van Paulus, bijvoorbeeld, is er altijd een onderwijzend deel, waar het een kwestie van geloof is, en van daaruit leidt hij de manier van leven af, of met andere woorden de moraal. Het is dus uit het geloof dat de weg van het leven voortvloeit. Hij hecht hier veel belang aan, en herhaalt in al zijn geschriften dat we moeten leven in overeenstemming met het geloof. Dit is wat de huidige wereld opnieuw moet leren, we moeten er opnieuw over nadenken. Dan zullen bepaalde evoluties niet langer mogelijk zijn. Dit is waar we moedig moeten blijven en volhouden, zelfs als we ervan beschuldigd worden ouderwets te zijn. Ons wordt vaak verteld dat dit iets van de Middeleeuwen is - een gelovige zei eens tegen mij: “Jullie zitten vast in de Middeleeuwen”. Dit zijn niet de Middeleeuwen, het is gewoon een gevolg van ons geloof. En het moet doorgaan. Zoals ik al zei, ik heb nergens spijt van en ik vraag ook in het bijzonder mijn broeders in het bisschopsambt om naar deze richting toe te werken.

Op 25 september viert u uw jubileum. De dag erna zal het Zwitserse volk worden opgeroepen om te stemmen over het wetsvoorstel tot invoering van “huwelijk voor allen”. Met andere woorden, de tegennatuurlijke verbintenis van personen van hetzelfde geslacht moet op hetzelfde niveau worden geplaatst als de het sacrament van het huwelijk, ingesteld door God, tussen een man en een vrouw. Hoe ziet u de evolutie van onze samenleving en hoe kunnen we dit tegengaan?

Allereerst moet ik zeggen dat het duidelijk is dat ons geloof ons altijd zal verbieden ja te zeggen tegen een dergelijke ontwikkeling. Dit betekent uiteraard dat wij ons dienovereenkomstig moeten opstellen in het openbare leven en al het mogelijke moeten doen om dit te voorkomen. Dit zal moeilijk zijn, maar elke Christen is door zijn geloof verplicht dit te doen. Als hij zijn geloof serieus neemt, moet hij beamen dat dit alles tegen de wet van God is!

Het is overduidelijk dat vandaag de dag de goddelijke wetten niet meer serieus wordt genomen, net zomin als de natuurwetten; het bestaat niet eens, het wordt gezien als de vrucht van de verbeelding van enkele verouderde theologen. Maar dit is onze overtuiging, ons geloof: en wat er gaande is, is in strijd met de goddelijke wetten, in strijd met de natuurwetten! Wij moeten ons daarnaar gedragen, ook in het openbare leven, en alles doen wat in ons vermogen ligt om ervoor te zorgen dat een dergelijke ontwikkeling onze samenleving niet naar de afgrond leidt. Meer kan ik niet zeggen over dit onderwerp.

  • 1. In het Frans heet dit kanton Grisons
50-jarig-priesterjubileum van Mgr. Vitus Huonder in de kerk van de priorij van Wil (FSSPX-Zwitserland)

Laten we overgaan naar een iets aangenamer onderwerp: in uw bisschoppelijke loopbaan en door uw eigen ervaring hebt u gemerkt dat steeds meer jongeren, en zelfs roepingen, zich terug gaan richten naar de Traditie, naar de Mis van alle tijden, naar het eeuwige geloof van de Kerk. Is dit wat u is opgevallen?

Ik moet nu al een opmerking maken: er zijn veel jonge mensen in de Traditie, veel jonge gezinnen. Met andere woorden, ik zie dat de Traditie jong is! Dit maakt ons, de bisschoppen, de leiders van de Kerk, nog meer verantwoordelijk, want het valt niet te ontkennen dat hier iets gebeurt, iets groeit, en deze beweging - ik kan het me niet anders voorstellen - staat onder de invloed van de Heilige Geest! Het is niet het werk van één enkele persoon, maar het is het werk van de Heilige Geest! Als men bedenkt dat er jonge priesters komen, die heel vaak heel weinig kennis van de Traditie hebben, rijst de vraag: wat is er de oorzaak van dat ze hierheen komen? Mijn enige verklaring is dat de Geest van God hier aan het werk is! Daarom moedig ik deze mensen aan - zelfs als ze kandidaat zijn voor het priesterschap, en vanaf nu is dit in een zeer lastige situatie - om op deze manier door te gaan en de Heilige Geest te vragen hen volharding te schenken en vooral een steeds diepere en diepere kennis. Want hoe dieper de kennis van deze geloofswaarheden, hoe sterker het geloof! En hoe meer men kan werken met overtuiging en kracht.

De heilige Paulus zegt dat “het geloof voortkomt uit wat men hoort.” Wij hebben dus de taak dit over te brengen aan de geestelijkheid door ons woord en door onze getuigenis.

Ja, dit is het doel van alle prediking! En priesters, vooral aangaande dit onderwerp, worden gewezen op hun verantwoordelijkheid.

In veel miscentra van de Priesterbroederschap, hebben we kunnen besluiten dat, in deze periode gekenmerkt door de Covid-maatregelen, meer en meer katholieken in de officiële parochies de Traditie begonnen te ontdekken, waarschijnlijk omdat ze vaak teleurgesteld werden door de wijze waarop hun voorgangers met deze maatregelen omgingen, die leidden tot een ernstige beperking van het ontvangen van de sacramenten. Zij zochten de sacramenten te ontvangen in onze kapellen en huizen en velen van hen beseften toen hoe weinig kennis van het geloof hun was aangereikt in deze parochies, en hoe weinig ze weten over hun geloof. Denkt u dat dit een factor is die de crisis verklaart waarin de Kerk en Katholieken ondergedompeld zijn? Is het ook een crisis van het geloof?

Ja, het is een geloofscrisis op de manier die u aanhaalt, dat het geloof niet in zijn gehele volheid is onderwezen. Het is in de catechese, vooral in de catechese moet ik helaas zeggen, dat we dit gebrek  hebben kunnen vaststellen in de loop van de laatste vijftig jaar. Deze diepgaande overdracht van het geloof heeft niet plaatsgevonden in zeer veel parochies, in zeer veel instellingen waar het onderwezen had moeten worden. Het is daar dat deze onwetendheid van het geloof vandaan komt. En het is daarom dat de catechismus, het onderricht in de zin van catechismus, van groot belang is. En daar moet ik weer opmerken dat in de Broederschap - maar ook in andere verenigingen van de Traditie - de catechismus zeer serieus wordt genomen en zeer serieus wordt onderwezen. Dit is waar de groei van het geloof in deze kringen vandaan komt. Het is absoluut noodzakelijk dat we het geloof weer in zijn volheid onderwijzen. Niet alleen over bepaalde onderwerpen die mensen plezieren, of waarvan men denkt dat mensen ze leuk vinden, maar echt in al zijn volheid, in al zijn reikwijdte.

Monseigneur, hartelijk dank voor het getuigenis dat u ons vandaag hebt gegeven en de aanmoediging die het bevat. Ik wens u een leven toe zo lang als de Heer het wil, vervuld van geloof en met de voldoening van het getuigen en doorgeven van dit geloof en ook de kracht om als bisschop te blijven werken!

Hartelijk bedankt! U hebt hier een wens geuit waarvan ik hoop dat die echt zal bewaarheid worden!

Deo gratias!