Vraaggesprek met de Algemeen Overste

November 18, 2020
Bron: fsspx.news

“De gebeurtenissen maken de uitzonderlijke bovennatuurlijke scherpzinnigheid van onze stichter duidelijk.”

VIJFTIG JAAR FSSPX

“Ons ideaal van trouw aan wat we hebben ontvangen verlevendigen.”

DICI: Wat betekent het vijftigjarige bestaan van de FSSPX voor de Traditie?

Eerst en vooral biedt dit jubileum de gelegenheid om de Voorzienigheid te bedanken voor alles wat Ze ons in die vijftig jaar geschonken heeft, want een werk dat niet van God was geweest zou de tand des tijds niet hebben doorstaan.

Maar ook en vooral is dit jubileum voor ons de gelegenheid om ons ideaal van trouw aan wat hebben ontvangen te verlevendigen. Na zoveel jaren kan er immers vermoeidheid optreden en dat is begrijpelijk. We moeten dus het vuur aanwakkeren in de strijd om het rijk van Christus-Koning te vestigen: dat Hij eerst heerse in onze zielen en vervolgens om ons heen. Dat is een punt waar we in het bijzonder aan moeten werken, in navolging van Mgr. Lefebvre.

DICI: Waarom is de erfenis van Mgr. Lefebvre volgens u samen te vatten als de wil om het rijk van Christus-Koning te vestigen?

Het antwoord lijkt mij heel eenvoudig: de liefde voor Onze Heer en Koning heeft Mgr. Lefebvre tot een heilige prelaat en een grootse missionaris gemaakt, die op bevlogen wijze probeerde om het rijk van Hem die eerst in zijn ziel heerste te verbreiden; het is die liefde die hem er bijgevolg toe heeft geleid om alles aan de kaak te stellen wat er zich tegen verzet. Welnu, om dat rijk te verbreiden en de vijanden ervan te bestrijden is het Heilig Misoffer het middel bij uitstek. De stem van Mgr. Lefebvre trilde van emotie wanneer hij die mooie woorden van de liturgie uitsprak, die tegelijk zijn liefde voor de mis en voor Christus-Koning samenvatten: “Regnavit a ligno Deus” (uit de hymne Vexilla Regis), God heerst door het hout van het Kruis. In een brief die hij kort voor zijn dood aan een voormalige confrater van zijn oorspronkelijke congregatie schreef, hield Mgr. Lefebvre eraan te zeggen dat hij heel zijn leven lang alleen maar voor het rijk van Onze Heer heeft gewerkt. Dat vat goed samen wat hij zoal was, en ons nagelaten heeft.

DICI: Afgelopen 24 september is – op uw vraag – het lichaam van Mgr. Lefebvre overgeplaatst in de grafkelder van de seminariekerk van Écône. Ondanks de crisis van het coronavirus hebben vele priesters, seminaristen, religieuzen en gelovigen aan die plechtigheid deelgenomen. Hoe hebt u die dag beleefd?

Die overplaatsing was eigenlijk gevraagd door het laatste algemene kapittel, in 2018, en ik ben heel blij dat ze in twee jaar tijd is kunnen worden verwezenlijkt. Ook al hangt het alleen van de Kerk af om Mgr. Lefebvre op een dag heilig te verklaren, toch denk ik dat hij reeds al onze verering verdient, en een laatste rustplaats die een heilige bisschop waardig is. In dit jubileumjaar willen we met dat gebaar de dankbaarheid uitdrukken van alle leden van de FSSPX tegenover wie door de Voorzienigheid is opgewekt als instrument om de Traditie van de Kerk, het geloof, de Heilige Mis te bewaren, en om ons die schatten na te laten. De kist van onze stichter weer te zien na bijna dertig jaar en onze priesters hem te zien dragen op hun schouders, zoals op de dag van zijn uitvaart, is bijzonder aangrijpend geweest. Ik heb confraters gezien die tot tranen toe bewogen waren.

HET LEVEN VAN DE FSSPX

“De Broederschap Sint-Pius X moet zich dieper inplanten waar ze reeds aanwezig is.”

DICI: Toen de Priesterbroederschap Sint-Pius X gesticht werd, ging het voor de media om een “Frans fenomeen”, dus voorbestemd om lokaal te blijven. Vandaag vormt de FSSPX een wereldgemeenschap. Wat betekent dat voor het bestuur ervan?

Dat brengt met zich mee dat het Algemeen Huis erin moet slagen om zeer uiteenlopende omstandigheden te coördineren. De Traditie zelf is in de verschillende landen langs verschillende wegen herontdekt, en met soms andere gevoeligheden. Dat verklaart waarom de FSSPX zich niet overal op dezelfde wijze noch tegelijkertijd heeft ontwikkeld. Het spreekt voor zich dat een werk van de omvang van FSSPX – met alles wat erbij komt kijken – niet door de Algemeen-overste alleen wordt geleid: die laatste wordt bijgestaan in zijn taak door de hogere oversten, die in de verschillende landen werken.

Maar die sterk verschillende omstandigheden mogen ons niet doen onderschatten dat de eenheid van de FSSPX berust op een gemeenschappelijk ideaal en gemeenschappelijke principes van alle leden en gelovigen zonder onderscheid. Het is die eenheid die onze kracht is, ondanks rechtmatige en onvermijdelijke verschillen. Het is trouwens omdat de FSSPX een werk van de Kerk is dat ze in zekere zin het vermogen van de Kerk moet reproduceren om de gelovigen van heel de wereld dezelfde principes en hetzelfde geloof aan te bieden, wars van hun verschillen.

DICI: Hoe beoordeelt u, na twee jaar aan het hoofd van de FSSPX, de verdere uitbouw van de FSSPX?

De FSSPX is, sinds lang, zowat overal in de wereld aanwezig. Ik denk niet dat de Voorzienigheid ons op dit ogenblik vraagt nieuwe huizen te openen en ons verder uit te breiden, wat misschien een gebrek aan voorzichtigheid van onzentwege zou zijn. Ik denk veeleer dat de FSSPX zich dieper moet inplanten waar ze reeds aanwezig is, om sterkere gemeenschappen te hebben; om vooral jonge priesters de tijd te gunnen te rijpen en hun opleiding te voltooien, waardoor we hen kunnen voorbereiden op andere verantwoordelijkheden, in het bijzonder de taak van prior, opdat ze op een dag echte vaders zullen zijn voor hun confraters en voor de zielen die aan hun zorgen zijn toevertrouwd.

DICI: Kent u alle landen waar de FSSPX ingeplant is? Hoe wordt de “schat”[1], waarover u na uw verkiezing sprak, in de huidige context tot bij de gelovigen gebracht?

Wegens Covid-19 zijn er districten die ik nog niet heb kunnen bezoeken, wat mij heel erg spijt. Die “schat” wordt door de priesters van de FSSPX overgebracht in omstandigheden die noodzakelijkerwijze van elkaar verschillen, maar die de priesters nog altijd toelaten een ware ijver aan de dag te leggen. Op dat vlak heb ik veel geleerd van de vindingrijkheid van onze confraters, die heel spitsvondige oplossingen hebben gevonden om zoveel mogelijk de sacramenten toe te dienen tijdens de lockdowns. Sommige van onze priesters zijn maandenlang geïsoleerd gebleven, op plaatsen waar de communicatie met andere priesters onmogelijk was geworden. Zij hebben een grote verdienste en ik wil hen graag daarvoor bedanken.

Tegelijkertijd was ik ook ontroerd door de reacties van onze gelovigen, wier verlangen om de sacramenten te ontvangen zo groot was dat ze geen enkele moeite hebben gespaard, en die ingestemd hebben met aanzienlijke offers om hun gehechtheid aan Onze Heer te laten blijken. Die crisis heeft ons zeker geholpen om van de routine af te stappen en alle schatten waarvan we gewoonlijk genieten nog meer te waarderen.

DICI: Welke plannen lopen of staan op stapel?

Voorlopig zijn de plannen vooral van morele aard; het zijn dus niet noodzakelijk plannen waarvan de verwezenlijking uiterlijk zichtbaar is. Het gaat erom, samengevat, zoveel mogelijk voort te werken om de FSSPX sterk, eendrachtig, waarachtig verankerd in God te maken, trouw aan de genade die haar ondersteunt en – ik durf te zeggen – sterk als een leger in slagorde, in staat om – met alle middelen die tot haar beschikking staan – de schatten te verdedigen die haar door God zijn toevertrouwd; in staat ook om met tegenstand om te gaan; in staat ten slotte om, zoals een leger die naam waardig, zich te ontfermen over de zwaksten onder haar leden, de gewonden, de ontmoedigden, hen die zwaar worden beproefd.

DICI: U bent de vierde Algemeen-overste van de FSSPX na Mgr. Marcel Lefebvre, E.H. Franz Schmidberger en Mgr. Bernard Fellay. Verschilt uw bestuursstijl van de hunne?

Ik denk dat iedere persoonlijkheid onvermijdelijk anders is, en bijgevolg een andere ervaring meebrengt. Bovendien is elk tijdperk uit de geschiedenis van de FSSPX anders, want na vijftig jaar zijn de omstandigheden en de personen niet meer dezelfde.

Dat gezegd zijnde is de FSSPX altijd trouw geweest aan wat Mgr. Lefebvre haar heeft onderwezen en nagelaten: de vrijwaring van die erfenis van de stichter, de trouw aan diens geest, dat is de eerste zorg van de Algemeen-overste, wie hij ook zij, en welke persoonlijkheid hij ook hebbe. Daarnaast wordt de continuïteit eveneens verzekerd doordat iedere Algemeen-overste hetzelfde doel nastreeft: de vrijwaring van het katholieke priesterschap en de Traditie van de Kerk, ten dienste van de zielen en de Kerk. Dat is een gegeven dat de stijlverschillen overstijgt, en ervoor zorgt dat de noodzakelijke vernieuwing der oversten geen bedreiging vormt voor de stabiliteit van het werk.

Wat mij betreft, is de handhaving van die continuïteit des te gemakkelijker, daar ik het onschatbare voorrecht heb te genieten van de steun van mijn twee voorgangers, Mgr. Fellay en E.H. Schmidberger, die tijdens het laatste kapittel tot raadgevers van de Algemeen-overste zijn verkozen. Voor mij betekent dat geen zuiver formele verkiezing om taken bestuurlijk af te handelen, maar de gelukkige mogelijkheid om te steunen op twee voormalige algemeen-oversten die de stichter en het leven van de broederschap decennialang goed gekend hebben, die het beste van zichzelf ervoor hebben gegeven, en die vandaag de grootste achting verdienen. Ik heb in het bijzonder de vreugde gehad om over de kostbare raadgevingen van Mgr. Fellay te beschikken, die twee jaar lang in het Algemeen Huis is blijven wonen. Ik heb bij die gelegenheid een grote hulpbereidheid gepaard met een opmerkelijke discretie kunnen bewonderen. Die aanwezigheid van mijn twee voorgangers compenseert zo enigszins wat ik had moeten missen als ze er niet waren geweest.

DICI: De statuten van de FSSPX geven de Algemeen-overste twee geestelijke doelen:

  1. alles in het werk stellen om “in het hart van de leden” een “grote edelmoedigheid, een diepe geest van geloof en een vurige ijver ten dienste van de Kerk en de zielen” te handhaven, te onderhouden en te vermeerderen;
  2. de leden helpen om “niet in lauwheid te vervallen en aan de tijdsgeest toe te geven”.

Hoe kunt u die doelen verwezenlijken?

Een Algemeen-overste moet eerst en vooral zichzelf ervan vergewissen dat hij die doelen niet kan verwezenlijken zonder het werk van de genade. Hij zou zich vergissen door te denken dat het hem wel zou lukken enkel en alleen met teksten, herinneringen of andere aansporende maatregelen.

Zelf ben ik er ten zeerste van overtuigd dat de sleutel om trouw te blijven aan die doelen in de deugd der armoede ligt. Mettertijd is het immers onvermijdelijk dat de leden van de FSSPX zich dreigen te “installeren” in een zeker comfort, en dat daardoor de geest van de wereld ongemerkt binnensluipt in onze gemeenschappen. Als dat gebeurde, zou dat uiteindelijk ook repercussies op de edelmoedigheid van de leden en dus op de vruchtbaarheid van hun apostolische ijver hebben.

 

DE BETREKKINGEN MET ROME

“Het Vaticaan zelf heeft verkozen om de doctrinaire discussies voorlopig niet te hernemen.”

DICI: Paragraaf IV van de Statuten voorziet: “Zodra de Broederschap huizen in verschillende bisdommen heeft, zal ze de nodige maatregelen nemen om als instelling van pauselijk recht te worden erkend”. Dat brengt ons bij de volgende vraag: hoe kan die wens van onze vereerde stichter worden vervuld gezien de huidige crisis van de Kerk?

De statuten van de FSSPX zijn in 1970 goedgekeurd op diocesaan niveau. Het was volkomen normaal dat onze stichter al een goedkeuring op een hoger niveau voor ogen had, aangezien de Broederschap voorbestemd was om zich over heel de wereld uit te breiden.

Maar elkeen weet dat Mgr. Lefebvre, ondanks al zijn inspanningen in die zin, in 1975 geen goedkeuring naar pauselijk recht, maar een regelrechte opheffing te verduren heeft gekregen.  Sinds die datum hebben de Oversten van de Broederschap, te beginnen met Mgr. Lefebvre zelf, beurtelings oplossingen overwogen, maar die laatste zijn bij het Vaticaan stelselmatig op doctrinaire eisen gebotst, die gewoonweg onaanvaardbaar waren. Die laatste zouden weliswaar een canonieke erkenning [van de FSSPX] mogelijk hebben gemaakt, maar tegelijkertijd de morele waarde ervan vernietigd hebben. Zo ook, om het recentste voorbeeld te nemen, toen de Congregatie voor de Geloofsleer in 2017 van de FSSPX eiste dat ze de leringen van het Tweede Vaticaans Concilie en de rechtmatigheid van de nieuwe Mis zou erkennen: als de FSSPX de op dat ogenblik gestelde voorwaarden had aanvaard, dan zou ze simpelweg ontkend hebben wat ze is, door datgene te verloochenen waaraan ze met alle vezels van haar wezen gehecht is.

Het lijkt me dus gepast de Voorzienigheid te volgen en niet op Haar vooruit te lopen, zoals ook altijd de houding van onze stichter is geweest.

DICI: Gaan de contacten met het Vaticaan dus op een laag pitje blijven staan?

Dat hangt niet van de FSSPX noch van haar Algemeen-overste af. Het Vaticaan zelf heeft verkozen om de doctrinaire discussies voorlopig niet te hernemen, hoewel die door de FSSPX waren voorgesteld om haar standpunt beter uiteen te zetten en om haar gehechtheid aan het katholieke geloof en de Stoel van Petrus te tonen.

Wat verbazend is, is dat het Vaticaan ons tegelijkertijd vraagt om eerst onze canonieke status in orde te brengen: dat schept een onontwarbare en innerlijk tegenstrijdige toestand, aangezien de mogelijkheid tot canonieke erkenning van de FSSPX zelf voortdurend aan eisen van doctrinaire aard onderworpen wordt; eisen die voor ons nog altijd absoluut onaanvaardbaar zijn en altijd zullen blijven.

Ik zou eraan toevoegen dat, wat ook de persoonlijke meningen dienaangaande mogen zijn, het belangrijk is om zich niet op een bijna obsessieve manier met die zeer delicate kwesties bezig te houden, zoals dat soms is gebeurd. We moeten ons eraan herinneren dat, net zoals de Voorzienigheid ons heeft geleid en begeleid van bij onze stichting, Zij ons zeker ook op de juiste tijd de nodige en gepaste tekenen zal geven om de beslissingen te kunnen nemen die door de omstandigheden worden vereist. Die tekenen zullen zodanig zijn dat ze gemakkelijk door de Broederschap zullen kunnen worden waargenomen, en de wil van de Voorzienigheid er aldus duidelijk uit zal blijken.

DE TOESTAND VAN DE KERK

“Elke hermeneutische inspanning, ertoe dienend om de ‘dwaling’ als een ‘verkeerd begrepen waarheid’ uit te leggen, kan niet anders dan bij voorbaat mislukken.”

DICI: Tijdens dit jaar 2020 heeft de crisis in verband met Covid-19 ook de Kerk getroffen en in haar activiteiten beïnvloed. Hoe ziet u dat?

Het is interessant op te merken dat de kerkelijke hiërarchie met de Covid-19-crisis een gouden gelegenheid heeft gemist om de zielen in de richting van een ware bekering en boetedoening te duwen, wat altijd gemakkelijker gaat als mensen op een of andere manier hun sterfelijke natuur herontdekken. Bovendien zou dat de gelegenheid zijn geweest om de mensheid eraan te herinneren dat Onze Heer “de Verrijzenis en het Leven” is, op een ogenblik dat ze gegrepen wordt door paniek en wanhoop.

In plaats daarvan heeft de hiërarchie ervoor gekozen om de epidemie op een ecologische manier te duiden, volledig in overeenstemming met de uitgangspunten die paus Franciscus dierbaar zijn. In de praktijk zou Covid niets anders zijn dan een teken van de opstandige aarde tegen een mensheid die haar zou hebben misbruikt door buitensporige ontginning, vervuiling van de wateren, vernietiging van de wouden etc. Dat is betreurenswaardig en onverenigbaar met een analyse waarin nog een minimum van geloof en van bewustzijn zou overblijven van wat zonde is, die wordt gemeten in verhouding tot Gods beledigde majesteit en niet in verhouding tot de vervuiling van de aarde.

In zijn boodschap voor de Wereldgebedsdag voor de Bescherming van de Schepping (Jubileum van de Aarde), op 1 september 2020, leert de paus ons zelf tot welke morele conclusie de pandemie ons moet leiden: “De huidige pandemie heeft ons ertoe aangespoord om eenvoudiger en duurzamer levensstijlen te herontdekken. […] We hebben kunnen vaststellen hoe de aarde erin slaagt zich te herstellen als we haar de kans geven om te rusten: de lucht is gezonder geworden, de wateren doorzichtiger, diersoorten zijn teruggekeerd naar talloze plaatsen waar ze verdwenen waren. Door de pandemie bevinden we ons op een kruispunt. We moeten gebruik maken van dit beslissende moment om een einde te maken aan oppervlakkige en verwoestende bezigheden en doeleinden, en om waarden, bindingen en plannen te koesteren die leven voortbrengen …” Kortom, Covid moedigt ons opnieuw aan tot “ecologische bekering”, hoeksteen van de encycliek Laudato sí. Alsof heiligheid zou neerkomen op respect voor de planeet.

DICI: Er is tijdens de laatste twee jaren veel gebeurd: de Amazone-synode, de Verklaring van Abu Dhabi, waarop u op 24 februari 2019 per communiqué hebt gereageerd, enz. Hoe ziet u de huidige toestand, na die gebeurtenissen?

De laatste leringen van paus Franciscus lijken jammer genoeg de slechte richting die bij het begin van zijn pontificaat was ingeslagen definitief te bevestigen. Op 3 oktober laatstleden heeft de paus de encycliek Fratelli tutti, die geacht wordt de baken van het tweede deel van zijn pontificaat te zijn, ondertekend, nadat Laudato sí het referentiepunt van het eerste deel is geweest. De encycliek Fratelli tutti is gewoonweg een verlengstuk van de verklaring van Abu Dhabi, waardoor ze wordt geïnspireerd. In die laatste wordt – laten we niet vergeten – erkend dat de religieuze verscheidenheid een zogenaamde uiting van Gods wil zou zijn, en alle religies geroepen zouden zijn om vrede te stichten. Daar hebben we de rampzalige uitkomst van het oecumenisme, de interreligieuze dialoog, de godsdienstvrijheid en – vooral – de ontkenning van Christus’ universele koningschap en de onvervreemdbare rechten ervan.

Het is een lange tekst die veel verschillende onderwerpen behandelt, maar wel met een heel duidelijke onderliggende eenheid. Dat lange discours van de paus ontspint zich immers op een welgeordende en samenhangende manier rond een grondgedachte, te weten de illusie dat er een waarachtige broederlijkheid onder alle mensen zou kunnen bestaan zonder zelfs maar – rechtstreeks of onrechtstreeks – te refereren aan Christus en zijn Kerk. Met andere woorden, rond een zuiver natuurlijke “naastenliefde”, een soort vaagweg christelijke filantropie, in het licht waarvan het Evangelie wordt herlezen. Bij het doornemen van die encycliek ontstaat immers de indruk dat het de filantropie is die ons de sleutel geeft om het Evangelie te begrijpen, en het niet het Evangelie is dat ons het licht verschaft om de mensen te begrijpen. Die wereldbroederlijkheid is helaas een gedachte van liberale, naturalistische en maçonnieke oorsprong; en het is op die utopie van de geloofsafval dat de hedendaagse samenleving wordt gebouwd.

DICI: Bisschoppen, zoals Mgr. Schneider en Mgr. Viganò, hebben het oorzaak-gevolgverband onderstreept tussen het Tweede Vaticaans Concilie en de huidige crisis. Wat is uw reactie op hun stellingnames? Moet het Concilie worden “rechtgezet” (Mgr. Schneider) of “vergeten” (Mgr. Viganò)?

Het spreekt voor zich dat we blij zijn om die reacties, want eindelijk komen bisschoppen van buiten de FSSPX, en zonder rechtstreekse band ermee, langs andere wegen en met een andere achtergrond, tot conclusies die gelijkaardig zijn aan die van de FSSPX, en die vooral heel wat ontredderde zielen kunnen doen nadenken en opheldering brengen. Dat is heel bemoedigend.

Ik denk dat het Concilie helaas niet sic et simpliciter zal kunnen worden “vergeten”, want het gaat om een historische gebeurtenis van het grootste belang, net zoals de val van het Romeinse Rijk of de Eerste Wereldoorlog. Het zal veeleer ernstig moeten worden bediscussieerd en alles wat onverenigbaar is met het geloof en de Traditie van de Kerk zal zeker moet worden rechtgezet.

Het gezag van dat ongewone en afwijkende concilie is een delicate kwestie die door de Kerk zelf zal worden opgelost; en zij zal zich uitspreken over de manier waarop het het best wordt rechtgezet. Maar één ding is zeker: een dwaling als zodanig – en het Concilie bevat er meerdere – kan op geen enkele manier als de stem van de Kerk worden beschouwd en aan haar worden toegeschreven: dat kan en móet reeds worden gezegd. Bovendien hebben de gebeurtenissen van de laatste jaren, vanaf het pontificaat van Benedictus XVI, aan de mensen van goede wil laten zien dat elke hermeneutische inspanning, ertoe dienend om de “dwaling” als een “verkeerd begrepen waarheid” uit te leggen, niet anders dan bij voorbaat kan mislukken. Het is een doodlopende weg die vergeefs wordt bewandeld.

DICI: In zijn boek J’accuse le Concile (1976) (Ik klaag het Concilie aan) en in zijn brief aan kardinaal Ottaviani (1966) oordeelt Mgr. Lefebvre over het Concilie en de post-conciliaire hervormingen. Is dat oordeel nog altijd actueel?

Dat oordeel stemt overeen met het standpunt dat de FSSPX altijd heeft verdedigd en ook altijd zal verdedigen; het kan en zal niet veranderen. Hoe meer de gebeurtenissen elkaar opvolgen, hoe meer ze dat oordeel bevestigen en de uitzonderlijke bovennatuurlijke scherpzinnigheid van onze stichter duidelijk maken.

DICI: Mgr. Schneider erkent, in zijn boek Christus vincit (pp. 152-155 van de Franse uitgave), dat zijn houding tegenover de argumenten van de FSSPX in positieve zin is veranderd. Hoe analyseert u die verandering en acht u ze mogelijk bij andere prelaten?

Mgr. Schneider heeft altijd al blijk gegeven van een zeer goede wil, die voortkomt uit een geest van nederigheid en tegelijk intellectuele eerlijkheid. Wat het meest opvalt bij deze prelaat is zijn zachtaardigheid, die gepaard gaat met de moed om zich in het openbaar voor de Traditie uit te spreken. Ik denk dat het al die – spijtig genoeg zeldzame – kwaliteiten zijn die hem hebben toegelaten de weg te bewandelen die hem heeft geleid naar de conclusies die we kennen.

Wat de andere prelaten betreft, ben ik ervan overtuigd dat ook zij diezelfde weg kunnen bewandelen, maar alleen in de mate dat ze dezelfde morele vrijheid en dezelfde liefde voor de waarheid zullen hebben. Dat is zeker een gebedsintentie voor ons allen.

DICI: De Tridentijnse Mis wordt vandaag ook buiten de FSSPX opgedragen door andere gemeenschappen, iets wat niet bestond toen de FSSPX werd opgericht. Net zo goed zijn er ook priesters die die ritus tegenwoordig ontdekken. Hoe ziet u die toestand zich ontwikkelen?

We stellen vast dat, vooral de laatste jaren, een aantal priesters, met het ontdekken van de Mis van altijd, een weg zijn ingeslagen die hen er geleidelijk toe heeft gebracht om de grootsheid van hun priesterschap en, algemener, de schat van de Traditie te ontdekken. Het is een heel interessante ontwikkeling, want dat alles is echt de verdienste van de Mis. Ik herinner me goed dat ik ooit het getuigenis heb gehoord van een priester die ervoor had gekozen – niet zonder felle tegenstand te ondervinden – om uitsluitend de Tridentijnse mis op te dragen. Hij heeft mij erop gewezen en benadrukt hoe hij door die mis op te dragen heel zijn priesterschap was gaan heroverwegen en, als gevolg ervan, alle taken waartoe hij als priester geroepen was: prediking, zielzorg, catechismus enz. Dat is heel mooi en we kunnen ons alleen maar verheugen over een dergelijke verlevendiging, die we hier in de ziel van de priester zelf zien ontstaan.

Dat gezegd zijnde is het onze plicht om de Tridentijnse Mis te bewaren, om de diepere reden dat ze de uitdrukking van ons geloof is, in het bijzonder in de Godheid van Onze Heer, in zijn verlossende Offer en bijgevolg in zijn universele koningschap. Het gaat erom de Heilige Mis te beleven door volledig in al die geloofsgeheimen op te gaan, in het bijzonder dat van de naastenliefde die erin besloten ligt. Dat is onverenigbaar met een lauw, op de mens gericht, klef en oecumenisch geloof; of met een zuiver esthetische appreciatie van de rijkdommen van de Tridentijnse ritus, zoals die helaas soms voorkomt bij wie ertoe verleid zou worden om het gebruik van de Tridentijnse ritus te scheiden van de noodzaak om hem werkelijk te beleven, te doorgronden en – vooral – zich te laten opnemen door Onze Heer en diens naastenliefde.

Kortom, de Mis wordt als het ware steriel als ze ons niet doet leven in Christus: per Ipsum, et cum Ipso, et in Ipso. Ze heeft weinig nut als ze niet in ons het verlangen voortbrengt om Christus na te volgen met een totale toewijding van onszelf. Edelmoedigheid blijkt onmogelijk te zijn in een context die doordrenkt is van wereldse geest, of steeds geneigd er compromissen mee te sluiten. De vruchtbaarheid van de Mis is des te groter als een vurige geest van offervaardigheid de zielen ertoe brengt om zich op edelmoedige wijze aan Christus over te geven.

DICI: Onlangs hebben de media aanzienlijke weerklank gegeven aan een schandaal om kardinaal Becciu. Wat denkt u daarvan?

Het spreekt voor zich dat het niet de FSSPX toekomt om zich over de verantwoordelijkheden van de enen of de anderen in die zaak uit te spreken, noch om het onderzoek daaromtrent te voeren. Dat gezegd hebbende, kan ik, als zoon van de Kerk, alleen maar dat schandaal betreuren waardoor – helaas – de Kerk wordt benadeeld en vernederd. Dat kan niet anders dan ons droevig stemmen, want de heiligheid van de Kerk wordt erdoor overschaduwd. Niettemin moeten we eraan herinneren dat schandalen van die aard jammer genoeg altijd zullen bestaan in de Kerk, en dat God ze op geheimzinnige wijze in zijn Wijsheid toelaat om de rechtvaardigen te heiligen. Het zou dus misplaatst zijn om er op een Farizeïsche manier aanstoot aan te nemen, zoals de protestanten doen.

Wat mij verder nog opmerkenswaard lijkt, is de aandacht die de Kerk door een dergelijk onderwerp van de seculiere media krijgt. Die aandacht overtreft die welke ze aan andere gebeurtenissen van het kerkelijke leven besteden of die welke de keizers van de middeleeuwen aan de pausen van hun tijd konden wijden. Wie tussen de regels van de vele krantenartikelen over het onderwerp door kan lezen zal er een zeker welbehagen en een ongezonde voldoening in herkennen. Men zou bijna zeggen dat de seculiere wereld zo een mooie gelegenheid om de Bruid van Christus in het gezicht te spuwen niet wil missen, hoewel ze onverschilligheid tegenover haar had gezworen. Dat moet ons doen nadenken; en het zou vooral degenen moeten doen nadenken die in de illusie leven dat de Kerk in vrede kan leven met een wereld die daadwerkelijk seculier is geworden, en in theorie naar allen toe verdraagzaam is. Dat is niet zo. Achter de liberale retoriek zal altijd het verlangen schuilgaan om de Kerk, niet gezuiverd, maar ongeloofwaardig gemaakt en vernietigd te zien. Er is geen verstandhouding met die wereld mogelijk.

DE PLAATS VAN DE FSSPX IN DEZE TOESTAND

“Een waarachtig beleefde Mis, die het ons mogelijk maakt om het geheim van het Kruis te doorgronden, is noodzakelijk apostolisch.”

DICI: Op welk vlak kan de FSSPX, met de middelen waarover ze beschikt, iets doen aan de huidige crisis?

Allereerst beseft de FSSPX dat ze op doctrinair vlak haar standpunten niet kan veranderen. Willens nillens zijn die een referentiepunt voor al degenen die, in de Kerk, de Traditie zoeken.  We moeten dus in een geest van dienstbaarheid ten opzichte van de anderen, en de Kerk zelf, het licht boven de korenmaat houden, zonder te verzwakken.

Op praktisch vlak moeten de leden van de FSSPX tonen dat hun gehechtheid aan het Heilig Misoffer gehechtheid is aan een geheim van naastenliefde dat opnieuw moet afstralen op heel de Kerk. Dat betekent dat de waarachtig beleefde Mis, die het ons mogelijk maakt om het geheim van het Kruis te doorgronden, noodzakelijk apostolisch is, en ons altijd zal aanmoedigen om het goede voor de naaste – zelfs de verst verwijderde – na te streven zonder onderscheid. Die welwillendheid is een grondhouding, een morele ingesteldheid waarvan heel ons handelen doordrongen moet zijn.

DICI: Het doel van de Broederschap is het katholieke priesterschap en alles wat ermee te maken heeft. Dat is de reden waarom u in de eerste plaats bezorgd bent om de roepingen, de heiliging van de priesters en de trouw aan de Mis van altijd. Wat zijn uw huidige bezorgdheden?

Dat zijn exact die die u hebt opgesomd. Ik ben ervan overtuigd dat we, in de mate dat het ons zal lukken die drie doelen met heel ons hart te bewaren, op het gepaste ogenblik de genaden en de inzichten zullen krijgen die we nodig hebben voor de toekomst en de beslissingen die we zullen moeten nemen.

Door het priesterschap te bewaren, bewaren we wat de FSSPX en de Kerk het dierbaarst is. Inderdaad, elke roeping heeft een onschatbare waarde. Een roeping is ontegensprekelijk de kostbaarste genade die door de Goede God aan een ziel en zijn Kerk kan worden geschonken. Bijgevolg is een seminarie de heiligste plaats die kan worden gedacht of gevonden op aarde. De Heilige Geest blijft er werken zoals in de Avondmaalszaal, om de zielen van de kandidaten om te vormen voor het priesterschap en van hen apostelen te maken. We moeten er al onze inspanningen op blijven inzetten en er onze zedelijke en menselijke energie in blijven steken. Al wat we bouwen op het priesterschap van Onze Heer, en om het priesterschap van Onze Heer te doen voortleven, blijft voor de eeuwigheid bestaan.

DICI: Welke aanmoedigingen geeft u de priesters en de gelovigen die aan de Traditie gehecht zijn?

Ik zou hun erop willen wijzen dat de Voorzienigheid de FSSPX altijd heeft geleid en beschermd te midden van duizend moeilijkheden. Diezelfde Voorzienigheid, altijd haar beloften trouw, altijd waakzaam en vrijgevig, kan ons in de toekomst niet in de steek laten, omdat Ze dan zou ophouden te zijn wat Ze is – wat onmogelijk is, want God blijft altijd dezelfde.

Anders gezegd: na vijftig jaar FSSPX wortelt ons vertrouwen alleen maar dieper in de ontelbare tekenen waarvan die welwillendheid al die jaren blijk heeft gegeven.

Maar ik verkies om het laatste woord aan Onze Heer zelf te geven: “Weest niet bevreesd, kleine kudde: het heeft Uw Vader behaagd u het Koninkrijk te schenken” (Luc. 12 : 32).

 

Menzingen, 11 oktober 2020

Feest van het Goddelijk Moederschap van Maria

Don Davide Pagliarani, Algemeen-overste

 

[1] https://fsspx.news/fr/news-events/news/la-fsspx-a-entre-les-mains-un-tre...