Z. Karel de Goede

Maart 07, 2021
Bron: FSSPX Spirituality
De Z. Karel de Goede op zijn reliekschijn in de St.-Salvatorskathedraal te Brugge.

(Graaf van Vlaanderen, rond 1083-†1127, feestdag 2 maart)

Het leven van Karel de Goede wordt door twee tijdgenoten, Walter van Terwanen en Galbert van Brugge, kort na zijn dood opgeschreven.

Karel is een kind van de heilige koning Knut IV van Denemarken en Adela, dochter van Robrecht de Fries, Graaf van Vlaanderen. Hij is nog heel jong, wanneer zijn vader vermoord wordt. Koning Knut had namelijk veel kerken en scholen gebouwd en daardoor ook meer invloed in dit land gekregen. Hij werd in de kerk te Odense (Denemarken) vermoord door jaloerse edelen. Daarop is zijn moeder met de kleine Karel naar Vlaanderen gevlucht.

Karel bekwaamt zich in alle vaardigheden waarover een toekomstig ridder dient te beschikken. Hij is bovendien zeer vroom. Wanneer zijn grootvader, graaf Robrecht de Fries, overlijdt, volgt zijn zoon Robrecht II hem op. Deze neemt deel aan de eerste kruistocht om de heilige plaatsen in het Heilig Land in 1097 te bevrijden van de moslims, omdat deze er de kerken verwoestten en omdat de pelgrims er niet meer mochten komen. Veel ontberingen doorstaan ze en ze overwinnen legers groter dan de hunne, tot zij ten slotte Jeruzalem en het H. Graf kunnen veroveren. Graaf Robrecht is samen met Godfried van Bouillon één van de helden van deze kruistocht.

Karel is nog een jongeling en ziet zijn oom na drie jaar afwezigheid terugkeren. Een glorieus moment. Het heeft de vrome ridderidealen in zijn hart ongetwijfeld aangewakkerd. Niet lang daarna gaat hij zelf op kruistocht en verwerft veel eer en roem door zijn moed en liefde voor de heilige plaatsen.

Enkele maanden na zijn terugkeer sneuvelt echter oom Robrecht II in 1111.

Dan volgt Boudewijn Hapken, zijn zoon, hem op en kiest Karel als zijn vertrouwensman.

Samen maken zij een eind aan de onophoudelijke familietwisten die Vlaanderen tot dan toe teisteren.

Als Boudewijn Hapken in een strijd gewond wordt en in 1119 op zijn sterfbed ligt, wijst hij Karel aan als zijn opvolger. Karel is ondertussen getrouwd met Margaretha van Clermont. Zijn levensbeschrijver zegt over zijn bestuur: “Nadat de man Gods de heerschappij had aanvaard, heerste hij evenzeer over zijn onderdanen door zijn gezag als hij er naar streefde hen voor te gaan door zijn voorbeeld: vroom, mild jegens de armen, strikt rechtvaardig, in vredestijd voorzichtig, dapper in oorlog was hij Vlaanderens schoonste sieraad en bescherming.

Terwijl hij de geestelijke stand hoog achtte, liet hij niet alleen kerken en kloosters optrekken, doch verrijkte ze ook met ruimere inkomsten.”

Sommige families uit de lagere klassen zijn tot eenvoudige adel opgeklommen en willen zich nu laten gelden, vaak ten koste van de zwakkeren. Karel eist dat alle geding voor hem gebracht wordt en geen veten meer met bloedige manslag en persoonlijke wraakacties mochten uitgevochten worden.

In 1123 wordt de koning van Jeruzalem door de Saracenen gevangengenomen en Karel krijgt het verzoek om erheen te gaan en koning van Jeruzalem te worden. Maar omdat hij in deze woelige tijd met familietwisten zijn graafschap niet alleen kan laten, wijst hij het voorstel af. Twee jaar later komen de Duitse keurvorsten hem de keizerskroon van het Heilige Roomse Rijk aanbieden, maar ook dit verzoek wijst hij af.

In 1124 en 1125 zijn er twee strenge winters, de oogst mislukt en in 1126 is er hongersnood. Karel vaardigt een tijdelijk verbod uit om bier te brouwen, zodat het graan dat daarvoor nodig is, gebruikt kan worden om brood te bakken. Tegelijk stelt hij een maximumprijs vast voor wijn, om te voorkomen dat handelaren misbruik maken van het biertekort. Zelf doorkruist hij zijn grondgebied en koopt brood om het aan de armen ter plaatse uit te delen. Hij richt voedselbanken in en laat kleren geven aan mensen die enkel met wat gerafelde lompen bekleed zijn.

Toch zijn er altijd lieden die winst proberen te slaan uit de schaarste van de anderen. Tot dezen behoorde Bertulf van de familie van de Erembouten. Wanneer er een schip vol graan de haven van Brugge binnenkomt en Karel afwezig is, kopen de Eremboutsen al het graan en verkopen het aan woekerprijzen. Wanneer Karel terugkomt en ervan hoort, leest hij hun de les, geeft hun het geld voor het graan terug en laat het van hun zolders halen. De Eremboutsen proberen ook angstvallig te verbergen dat ze van lage komaf zijn. Bertulf had zich opgewerkt tot proost van de St. Donaaskerk te Brugge, maar het komt aan het licht dat ze niet tot de adel behoren. Karel laat een rechtszitting houden om de zaak te onderzoeken en het blijkt zo te zijn. Om niet uit hun functies te worden ontheven besluiten ze Karel om te brengen. Een andere roofridder, Borsiard, die ook gestraft was, is hiertoe bereid.

In de vroege ochtend van 2 maart 1127 is het zo mistig dat je op een speerlengte al niets meer kan zien. Vergezeld van enkele ridders en wat bedienden gaat de graaf naar de St-Donaaskerk om er de H. Mis bij te wonen. In de kerk is hij ongewapend en geeft hij juist na de getijden een arme vrouw wat geld, wanneer uit het donker geruisloos zes gestalten opduiken, gehuld in wijde mantels waarin ze hun zwaard verborgen houden. Boisard snelt op de graaf toe die geknield voor het altaar zit en doodt hem. Ook degenen die met de graaf zijn meegekomen, worden genadeloos afgemaakt.

Zo verging het Karel op precies dezelfde wijze als zijn vader. Omgebracht tijdens zijn gebed in de kerk omwille van de rechtvaardigheid!

Daags na de aanslag wordt zijn stoffelijk overschot bijgezet in de St-Donaaskerk. De daders worden uiteindelijk allemaal gegrepen en ter dood gebracht.

Vanaf het begin hebben de gelovigen Karel de Goede vereerd als een martelaar. Op de plek van zijn dood is sinds enige jaren een gedenkteken aangebracht. Voor zijn relieken is in 1883 in de Brugse St.-Salvatorkerk een prachtig schrijn gemaakt ter gelegenheid van zijn zaligverklaring door paus Leo XIII.

Hij is de tweede patroon van de stad en het bisdom Brugge.

 

Door Broeder René-Maria (FSSPX Antwerpen)

 

bronnen

1         Dom Huyben o.s.b., Met de heiligen het jaar rond, deel 1 (Uitgeverij Heideland, 1948).

2         www.heiligen.net, Zalige Karel de Goede.

3         R.P. Giry, Vie des Saints, (Uitgeverij Delhomme et Briguet, 1887).