Zalig Ziek Zijn - De Heilige Kruisweg (kortere oefening voor zwaar zieken)

De Heilige Kruisweg (kortere oefening voor zwaar zieken)

I Jezus wordt ter dood veroordeeld

Jezus, gij gaat sterven! … Uit liefde tot de mensen, voor mij! Om mij eeuwig te laten leven! O Jezus, ik dank U!

II Jezus neemt het kruis op zijn schouders

Gegeseld, met doornen gekroond, uitgeput van bloedverlies, gaat U, Jezus, nog dat kruis op U nemen! … Om mijn kruis te verlichten … om zielen te redden, te heiligen!

Jezus, red de mijne! Ik betrouw op U.

III Jezus valt voor de eerste maal onder het kruis

Jezus, U valt steeds met uw kruis. Ach, wat heeft onze ziel U niet gekost! En U deed het voor mij! Voor al mijn vrienden! Voor heel het mensdom.

Jezus, leer me lijden met U, zoals U!

IV Jezus ontmoet zijn heilige Moeder

Maria, zie hoe uw Kind gegeseld is. U wist dat het zo ver moest komen. U offert uw lijden op samen met het zijne, als medeverlosseres van het mensdom.

Maria, een blik van uw moederoog zal ook mijn harte sterken.

V Simon van Cyrenen helpt Jezus het kruis dragen

O Jezus, de beulen geven U hulp, niet zozeer om uw lijden te verlichten, dan wel om het te verlengen, om het schouwspel te kunnen genieten van een stervende aan het kruishout. – Simon van Cyrenen neemt het dan nog aan met tegenzin.

Heb dank, o Jezus, om al de verlichting in mijn lijden.

VI Veronica droogt het aangezicht van Jezus af

Veronica droogt uw aanschijn af, o Jezus, en die liefdesdienst beloont U met haar op doek Uw goddelijke beeltenis te schenken.

Leer me, Jezus, U dankbaar te zijn, en allen die me goed doen om uwentwil.

VII Jezus valt voor de tweede maal onder het kruis

Jezus, hoe pijnlijk moet U deze tweede val geweest zijn. Zo ook is het hervallen in de ziekte telkens pijnlijker. Maar nog erger is het hervallen in de zonde.

Leer me, Jezus, door het lijden de gewoonte van de zonde te voorkomen.

VIII Jezus troost de wenende vrouwen van Jeruzalem

De goede vrouwen van Jeruzalem willen U troosten. Ze hebben medelijden met U. – Maar U denkt meer aan de rampen, die boven hun hoofd hangen dan aan uw eigen lijden.

 Jezus, heb dank ook om uw liefde tot mij.

IX Jezus valt voor de derde maal onder het kruis

Jezus, U bent doodop. Uw hoofd duizelt, uw handen beven, uw knieën knikken. Voor de derde maal stort U neer in stof en vuil! – Ach, is er dan geen ziekendienst voor U!? – Jezus, ik zal niet meer klagen, als ik een ogenblik verlaten ben.

Heer, wees mij, zondaar genadig.

X Jezus wordt van zijn klederen ontbloot

Jezus, om onze zonden van onkuisheid worden U de klederen afgerukt. De wonden worden weer opengetrokken; bloed vloeit en hete wonden branden.

Help ons, Heer; we willen zedig zijn en kuis.

XI Jezus wordt aan het kruis genageld

Jezus, welke wreedheid! Uw handen worden doornageld; uw voeten met geweld aan het kruishout vastgespijkerd, en zo met het kruis opgericht. Drie uur zult U bloedend langzaam sterven. Bloed, al bloed!

Jezus, leer me in uw wonden gans uw liefde lezen.

XII Jezus sterft aan het kruis

Jezus, nu lijdt U het ergste lichaams- en ook zielenlijden. “Ik heb dorst”, zucht Ge; dorst van lichaamskoorts, maar ook dorst naar zielen. Uw bloedend hart vergeeft nog aan uw beulen. De goede moordenaar belooft U het paradijs! Uw goede Moeder geeft U mij, … uw eigen zoete Moeder! – alles verlaat U, nu alles U schijnt te verlaten. Uw Vader zelf laat u een ogenblik als in de afgrond van de rampzaligheid neerzinken.  “Mijn God, mijn God,” roept U, “waarom hebt Ge Mij verlaten?” – Is dat vertwijfeling? – Neen, maar diepe Godsellende … en met vertrouwen zegt U weer: “Vader, in uw handen beveel ik Mijn geest.”

Leer me, Jezus, in zoet Godsvertrouwen, deze woorden na te zeggen op het ogenblik van mijn dood.

XII Jezus wordt van het kruis afgenomen

Jezus, uw lijden is voorbij! Wat een geluk, welke vreugde! Nooit meer zult U moeten lijden. Alleen uw liefde blijft en uw glorie. – Lijden gaat voorbij; geleden hebben gaat niet voorbij! O, leer ook mij het einde, alleen het einde te zien. Eens zal ik de zoete zekerheid hebben niet meer te kunnen zondigen, en dus ook nooit meer een oorzaak kunnen zijn van lijden voor uw ziel minnend hart.

Jezus, ik hoop op U.

XIV Jezus wordt in het graf gelegd

Uw geliefden begraven U met veel droefheid. Scheiden is zo pijnlijk, maar uit de dood zal het leven komen, uit de doodsnacht de nieuwe levenszon oprijzen.

Moge ook uit mijn lijden leven, licht en liefde spruiten voor al mijn geliefden: eeuwig licht en eeuwige vreugde!

Jezus, Maria, Jozef!

 

N.B. Zieken, die niet meer naar de kerk kunnen gaan, kunnen de aflaten van de kruisweg verdienen op de volgende wijze:

De zieke houdt het daartoe gewijde kruisje in de hand, en bidt met rouwmoedig hart eerbiedig veertien keer Onze Vader, Wees Gegroet, Glorie zij de Vader, namelijk voor iedere statie één keer.

Daarna vijfmaal Onze Vader, Wees Gegroet en Glorie zij de Vader, ter ere van de heilige vijf wonden van onze Heer Jezus Christus, en één Onze Vader, Wees Gegroet en Glorie zij de Vader, tot intentie van Zijne Heiligheid de Paus.

Mocht een zieke dit alles niet kunnen bidden, dan kan hij een gedeeltelijke aflaat van tien jaar verdienen, voor elke Onze Vader, Wees Gegroet en Glorie zij de Vader, dat bij een statie gebeden wordt.

Mocht een zieke, door zijn toestand niet meer in staat zijn om op deze wijze de kruisweg te bidden, dan kan hij de aflaten van de kruisweg (ook de volle aflaten) verdienen, door met gevoelens van liefde en berouw het daartoe gewijde kruisje te kussen of zelfs maar te aanschouwen, en daarbij, zo mogelijk een of ander klein schietgebedje te bidden ter gedachtenis aan het lijden en sterven van Christus.

O Jesu, welke diepe wonde1

J. De Voght

Jesu, welke diepe wonde,

Welk een folterende smart,

Sloeg de speer van mijne zonde

In Uw god’lijk Hart!

‘k Hoorde Uw eindloos bitter klagen

En ik wist Uw groot verdriet,

‘k Hoorde U liefde om liefde vragen,

En ik gaf ze U niet.

 

‘k Heb Uw vriendschap vaak verstooten,

Zocht er , waar ik treurnis vond,

Hield voor U mijn wee gesloten

Dat gij zalven kondt.

Wilt Ge nu me nog vergeven,

Jesu, heet ik nog Uw kind?

Hier mijn hart, mijn geest, mijn leven,

God, Uw liefde wint!

 

Jesu, houd me in genade,

‘k Ben zoo zwak en wankelmoe,

Dat Uw geest me richte en rade

In al wat ik doe.

‘k Wil U dienen, danken, prijzen,

En wat ook mijn ziel benart,

‘k Weet de poort der Paradijzen

Open in Uw Hart.

Is heel uw offerleven dan vergeefs geweest?

Frans Geysen

Is heel uw offerleven dan vergeefs geweest,

En is vergeefs Uw bloed op roode wond geronnen?

Uw gruw’lijk lijden werd voor ons een nutloos feest,

Waar wij noch heil, noch bate hebben bij gewonnen.

 

Of waren uwe pijnen nog niet fel genoeg,

Om koele menschen tot Uw liefde op te roepen?

Of was uw doel te hoog; verliet Gij ons te vroeg,

Vóór dat wij rond Uw sterven konden samengroepen?

 

Doch meer dan twintig volle eeuwen hangt Gij reeds

Ten smaad op ’t ruwe kruishout onzer sombre zonden,

En nog heeft Uwe stem ons harte niet gevonden.

Nochtans in iedren bangen nacht verschijnt mij steeds

Uw bloedig beeld, en klinkt Uw roep tot in mijn ooren …

Misschien gaat toch voor ons Uw offer niet verloren.

 

  • 1. Uit : “Geestelijke liederen rond den haard” o.c.